Bachelor of Arts in Linguistics and Literature (Latin - Italian)

Loes, masterstudente

Je moet iets kiezen wat je interesseert, waar je goed in bent en waarbij je je gelukkig voelt. Als je er niet volledig voor gewonnen bent, wordt het vast heel moeilijk om er dan voor te zwoegen. Laat je niet beïnvloeden door praatjes: ik kom uit de humane wetenschappen en heb toch ook voor de universiteit gekozen. In het begin moest ik mijn studiemethode wel wat zoeken, maar in de volgende jaren ging het vrij goed. Zeker altijd proberen en niet meteen opgeven, want anders heb je er je leven lang spijt van. Probeer zoveel mogelijk informatie in te winnen: zo krijg je een goed beeld van wat het kan worden.

Tamara, masterstudente

Uiteraard kun je ook genieten van het leven, al heb je vaak wat stress. Dat hangt natuurlijk ook af van persoon tot persoon. Wie relativeert en goed kan plannen, kan naast een goede student zijn ook een fantastisch studentenleven uitbouwen! Ik heb wel moeten kiezen wat de hobby's betreft. Je kunt niet alles doen. Je merkt na een paar maanden tot een jaar wel wat erbij kan en wat niet. Ik spreek graag af met vrienden, maar als het druk wordt, probeer ik toch wel twee avonden per week in rust en studie door te brengen. Op andere avonden doe ik dan wel iets leuks. En uiteraard moet je ook overdag voor je studies werken.

Aline, masterstudente

Beslis zelf over je studiekeuze. Doe wat je interesseert. Laat je niet zomaar leiden door de mening van anderen. Denk zelf na. Ga naar infodagen. Stel bij twijfel veel vragen. Misschien hebben kennissen van kennissen dezelfde opleiding gevolgd ... Persoonlijke ervaringen zeggen soms meer dan infobrochures. Laat je niet beïnvloeden door clichés of als waarheid aangenomen, niet-beargumenteerde meningen.

Annelore, masterstudente

De overgang van het secundair onderwijs naar de universiteit is op zich wel een grote stap, maar aanpassingsmoeilijkheden heb ik nooit ondervonden. Mijn studiekeuze was een zeer bewuste en zelfstandige keuze en het vertrekpunt om de opleiding te volgen was mijn interesse, dus ik was gemotiveerd genoeg om mij in te zetten. Ik had me verwacht aan een verandering, dus ik was alvast bereid om een extra inspanning te leveren. Ik heb altijd genoeg discipline gehad - wat naar mijn mening wel nodig is. Medestudenten met een gebrek aan die 'kwaliteit' moesten op een later moment veel inhalen, maar voor mij viel de overgang dus wel mee. Als je alles in de loop van het semester goed bijhoudt, is de examenperiode zeker niet ondoenbaar. Ik was tot nu toe telkens in eerste zit geslaagd, wat ik te danken heb aan mijn inzet tijdens het jaar. Na de les onduidelijkheden opzoeken (internet is een fantastische hulpbron!), de syllabus nalezen, telkens de opdrachten tijdig inleveren ... Dat is zeker niet te veel gevraagd - als het je interesseert ten minste - en de beloning (drie maanden vakantie) is die extra inspanning tijdens het academiejaar zeker waard.

Marthe, masterstudente

Mijn studiekeuze lag ongeveer vast in de loop van het laatste jaar secundair onderwijs. Het is dus niet zo dat ik al jaren wist 'wat ik later wou doen'. Mijn ouders hebben niet gestudeerd, waardoor het begrip 'universiteit' thuis niet echt ter sprake kwam. Eén nicht (een jaar ouder) ging naar de universiteit waardoor ik er een heel vaag beeld van had. In de loop van het laatste jaar ben ik in schoolverband naar een SID-in geweest, waar ik me voornamelijk bij de stand van de UGent heb geïnformeerd. Voordien had ik me al bevraagd over het verschil tussen hogeschool en universiteit. In het kort was mijn indruk dat hogeschool praktischer gericht was, terwijl de universiteit theoretischer was. Het theoretische sprak mij aan omdat ik vooral geïnteresseerd was (en nog steeds ben) in het systeem van de taal. Later ben ik ook nog naar een infodag op de faculteit zelf geweest om cursussen in te kijken en vanaf dan lag de keuze voor universiteit vast. Het enige waaraan ik dan nog twijfelde was welke taal ik zou combineren met Duits (Frans of Spaans). Ik heb uiteindelijk gekozen voor Frans om twee redenen: ten eerste dacht ik dat het te moeilijk zou zijn om twee redelijk nieuwe talen te combineren. Frans leerde ik al vanaf het vijfde leerjaar, Spaans en Duits nog maar van in het vijfde jaar ASO. Ten tweede dacht ik dat een goede kennis van het Frans in een land als België interessanter zou zijn dan kennis van het Spaans, hoewel die reden zeker niet doorslaggevend was. Spaans volg ik nu trouwens in avondschool.

Suzanne, masterstudente

Tot anderhalve maand geleden was ik ervan overtuigd dat dit mijn laatste jaar was, maar toen hoorde ik iemand over zijn studieloopbaan vertellen. Hij vreesde dat zijn talendiploma's (bachelor en master) voor zijn professionele carrière niet goed genoeg waren, waardoor hij de manama meertalige bedrijfscommunicatie gevolgd heeft. Dat heeft me aan het denken gezet, ik heb me geïnformeerd en de kans bestaat dat ik die opleiding ook nog zal volgen omdat ik hoop daarmee mijn mogelijkheden te verruimen. Initieel hoopte ik films te ondertitelen of boeken te vertalen, iets meer in een culturele richting dus. Hoe dichter de toekomst komt, hoe meer ik verwacht dat ik in een bedrijf zal terechtkomen. Het leukste lijkt mij om mijn interesse (ecologie, natuur) met mijn beroep te combineren. Ik zou dus graag voor een bedrijf met een 'groene' stempel werken, maar ik heb zeker nog geen duidelijk zicht op welke mogelijkheden ik heb met mijn diploma. Als men mij vraagt wat ik nu eigenlijk later wil doen, antwoord ik meestal 'wat er op mij afkomt' omdat het allemaal nog zo vaag is ...

Ann Sophie, masterstudente

De keuze voor mijn masteropleiding was een logisch gevolg van de keuze in mijn bachelor. Ik behaalde een bachelordiploma in taal- en letterkunde Nederlands-Engels en heb die keuze ook gemaakt voor mijn master. Ik wilde me niet toespitsen op één van de twee talen omdat ik het zonde zou vinden van mijn werk en moeite in de bachelor. Ik wil mijn toekomst zo breed mogelijk houden. Daarom koos ik voor een heel algemeen masterdiploma en niet voor iets wat meer toegespitst is op één taal of op letterkunde bijvoorbeeld.

Charline, masterstudente

Het eerste semester van het eerste jaar verliep super. Ik vond het interessant, genoot met volle teugen van het studentenleven in Gent, zowel op de universiteit zelf als daarbuiten. Toen de eerste examenperiode begon, heb ik wel gemerkt dat ik absoluut niet gewend was te studeren. Ik nam veel te weinig tijd en paste mijn houding uit het secundair onderwijs niet aan. Daar ging alles bijna vanzelf en geen haar op mijn hoofd dat vermoedde dat het op de universiteit wel eens anders zou kunnen zijn. Na het eerste jaar had ik 8 herexamens en ik heb die ook alle 8 meegedaan in de tweede zittijd. Achteraf gezien was dat onbegonnen werk maar ik wilde nu eenmaal niet opgeven. Ik slaagde voor 3 van de 8 vakken, met als gevolg dat ik een GIT-traject volgde voor de komende 2 jaar. Ik ben niet bij de pakken blijven zitten na dat mindere eerste jaar. In het tweede jaar heb ik geprobeerd om het volledige tweede jaar te combineren met de 5 vakken van het eerste jaar, wat op een totaal van 80 studiepunten kwam, omdat ik op die manier geen jaar zou verliezen. Halverwege dat tweede jaar heb ik beseft dat ik mijn plan onmogelijk zou kunnen realiseren en heb ik me erbij neergelegd dat ik een jaar langer zou moeten studeren. Achteraf gezien is dat een goede beslissing geweest, ik heb ontzettend veel deugd gehad van dat extra jaar. Ik heb geleerd hoe ik precies moet studeren en welke studiemethode voor mij persoonlijk de beste is. Ik heb al elk jaar een tweede zittijd gehad, maar erg vind ik het niet omdat ik weet dat het niet uit onwil is. Als ik vakken moet hernemen, dan is dat terecht en kan ik er alleen maar deugd van hebben om ze opnieuw te studeren, hoe lastig dat soms ook is op een warme zomerdag. Mijn studiemethode is ontzetttend geëvolueerd en daar heeft dat extra jaar veel toe bijgedragen. Daarnaast heb ik ook geleerd om door te zetten en niet op te geven, dingen die mij in de rest van mijn leven nog veel zullen opbrengen.

Helena, masterstudente

Ik wist al een hele tijd dat ik voor taal- en letterkunde zou kiezen, en dan met name voor Nederlands. Ik ben al mijn hele leven bezig met toneel en poëzie en dan vooral met de Nederlandse taal. Ik hou van de taal en van het spreken ervan. Ik wist ook al dat ik voor de universiteit zou kiezen, omdat ik in het secundair onderwijs ASO heb gevolgd en daar soms al voelde dat ik niet meer geïnteresseerd was omdat ik te weinig werd uitgedaagd. Ik hoopte dat ik meer uitdagingen zou vinden op de universiteit, wat uiteindelijk ook zeker het geval was. Ik maakte de overstap aanvankelijk met groot gemak. Ik werd uitgedaagd en daardoor vond ik de universiteit dan ook razend interessant. Jammer genoeg had ik weinig ervaring met studeren omdat ik in het secundair onderwijs altijd met relatief veel gemak geslaagd was, zonder er al te veel voor te moeten doen. Ik liep in mijn eerste jaar op de universiteit dus nogal hard met mijn kop tegen de muur, maar heb daar veel uit geleerd.

Marloes, masterstudente

Mijn leven naast de studies is behoorlijk goed gevuld. Ik ben lid van de scouts, ben voorzitter van de jeugdraad, ben actief in het wijkcomité en houd er ook 2 studentenjobs op na. Als ik dat zo allemaal op een rijtje zie, vraag ik me af hoe het mogelijk is dat er nog tijd overblijft voor mijn studies. Maar ik merk dat het heel goed te doen is. Ik presteer nu eenmaal het best onder druk. Een deadline moet al in zicht zijn voor ik echt goed begin te presteren. Ik besteed veel tijd aan mijn hobby's, maar op het moment dat ik een deadline zie naderen, zet ik alles aan de kant voor mijn studies. In de examens ga ik niet werken en staan ook alle andere zaken op een laag pitje.

Samuel, masterstudent

Mijn keuze voor Nederlands-Duits ontstond al in het vijfde secundair. Ik heb nog getwijfeld om Duits-Frans te doen, maar de verwantschap tussen de twee Germaanse talen heeft me doen realiseren dat Nederlands-Duits een logischere keuze was. De doorslag lag daarnaast vooral in het feit dat ik die twee talen het interessantst vond van alles wat we in het secundair onderwijs hadden gekregen. Op de universiteit beginnen ze wel min of meer van nul, dus de overgang was op dat vlak geen probleem. Anderzijds ligt het tempo een pak hoger en is het cursusmateriaal veel omvangrijker. De overgang is dus wel plots in de zin dat de universiteit veel intensiever is dan het secundair onderwijs. Het was een beetje zoeken en afwachten hoe alles zou verlopen in het eerste jaar, hoe de resultaten zouden uitdraaien (want dat is voor iedereen bij de eerste keer moeilijk te voorzien). De tweede zittijd betekende voor mij het moment waarop ik de vakken die ik opnieuw moest doen nog eens intensiever kon bekijken om toch nog het gewenste resultaat te behalen (wat dan ook meteen gelukt is). De studieaanpak die het meest effectief bleek, was de methode om alles een beetje bij te houden. Het komt erop aan om elke week, of elke twee weken, elk vak toch eens te bekijken (daarom niet per se in detail), zodat je niet voor de onmogelijke opgave komt te staan alles in een keer te moeten verwerken. Doe vooral wat je wilt en kijk niet te veel naar niveaus. Universiteit werd mij steevast afgeraden, maar ik behaal er toch goede resultaten (weinig tweede zit). Vooral omdat ik meer moeite doe dan in het secundair, omdat ik mijn studies nu enorm interessant vind.

Elsbeth, masterstudente

Ik heb lang getwijfeld tussen economie, geschiedenis of taal- en letterkunde maar daar ik bij economie nog steeds wiskunde zou krijgen, heb ik die optie al snel laten vallen. Ik heb uiteindelijk gekozen voor taal- en letterkunde omdat geschiedenis nog steeds een klein onderdeel vormt van die opleiding en dat geldt niet vice versa. Tussen universiteit en hogeschool heb ik niet echt getwijfeld, ik heb gewoon gekeken naar de opleidingen die me interesseerden. Ik ben naar een infodag van de taal- en letterkunde geweest en heb wat brochures gelezen maar ik heb me vooral geïnformeerd via studenten van de opleiding zelf omdat ik vind dat je dan een accurater beeld krijgt. Ik vond het wel een grote verandering omdat ik in het secundair onderwijs nooit echt veel moeite heb moeten doen om te slagen voor een vak. Ik studeerde natuurlijk wel voor mijn vakken maar het meeste pikte ik op in de les. Op de universiteit woonde ik ook bijna alle lessen bij maar uiteraard heb je daarmee niet je hele cursus geblokt. Ik heb even moeten zoeken naar een gepaste studeermethode en dat is me ook pas gelukt in de tweede zit. Ik had dus wel een aantal herexamens in mijn eerste jaar, welgeteld acht. In de tweede zittijd heb ik mijn studeermethode aangepast: ik ben vroeger begonnen, heb meer herhaald en maakte ook meer schema's. Uiteindelijk was ik voor zes van de acht herexamens geslaagd. Ik ben taal- en letterkunde blijven volgen maar heb qua keuzevakken ervoor gekozen om meer literatuur en meer Engels in mijn curriculum op te nemen. Ten eerste omdat ik daar klaarblijkelijk beter in ben en ten tweede omdat die lessen mij in het algemeen meer interesseren. Qua studieaanpak heb ik niets drastisch veranderd alhoewel ik nog steeds heel veel heb aan de lessen en nog steeds bijna alle lessen bijwoon, ook al zit ik op kot. Ik studeer ook meer in groep in plaats van alleen omdat ik op kot moeite heb om me te concentreren en omdat mijn medestudenten een grote hulp blijken te zijn wanneer ik bijvoorbeeld iets niet snap uit een cursus of uit mijn notities. Ik leer beter organiseren nu ik mijn studies met weekendwerk en hobby's combineer. Ik ben vooral actief in verschillende studentenverenigingen maar aangezien ik die activiteiten meestal gebruik om mijn avonden te vullen en mijn studies om mijn dagen te vullen, vind ik wel dat het een goede verhouding is. Uiteraard zullen naar de examens toe mijn studies primeren en mijn hobby's even on hold worden gezet. Tijdens het academiejaar ben ik dan weer iets meer actief in het studentenleven.

Marianne, masterstudente

Lessen op voorhand bijwonen heb ik zelf nooit gedaan en echt veel infodagen heb ik ook niet bezocht omdat ik vind dat je het beter aan de studenten zelf gaat vragen. Ga zeker naar de lessen, hoe saai ze soms ook zijn, want er blijft echt nog veel hangen uit die lessen. Zorg ervoor ordelijk te zijn tijdens het jaar en opdrachten niet te lang uit te stellen. Begin op tijd te studeren voor de examens maar laat je ook niet gek maken door sommige professoren ... Maar kies vooral voor de opleiding die je zelf wil doen want uiteindelijk is dat de enige waarvoor je moeite zal doen.

Aisha-Maria, masterstudente

Alle veranderingen in de overgang van secundair naar unief heb ik als zeer positief ervaren. Flexibele uren, minder begeleiding, onpersoonlijke aanpak, zeer doelgerichte materie. De overgang viel precies mee zoals verwacht. Alle examenperiodes zijn nagenoeg hetzelfde verlopen. Sterker nog, ik studeerde minder naargelang de jaren vorderden. Als je niet genoeg studeert tijdens het jaar dan weet je dat je het in de vakantie moet goedmaken. Voor mij was dat geen enkel probleem. Ik had steevast tweede zit maar dat was meer een keuze ... Mijn resultaten waren ook steeds goed. Er waren niet echt vakken die veel moeilijker of minder moeilijk waren dan de andere. Ken je eigen capaciteiten en luister naar niemand anders dan jezelf. Je zit voor enkele jaren vast in een richting. Als die je niet echt interesseert, hou je het niet vol. Zorg dat je een grote voorliefde hebt voor de talen die je kiest. Neem er niet zomaar Nederlands, Frans of Engels bij. Dat zal nooit werken. Voor de echte talenstudent is taal- en letterkunde het enige Mekka.

Elianne, masterstudente

Ik heb eerst 1 jaar chemie gestudeerd. Ik had redelijk wat buizen, vooral omdat ik te weinig studeerde: ik miste de literatuur in mijn leven. De keuze om na dat 'verloren' jaar naar de faculteit Letteren en Wijsbegeerte te gaan lag voor de hand. Ik heb lang getwijfeld wat ik daar zou studeren: wijsbegeerte, Nederlands-Duits, of ... Uiteindelijk werd het Nederlands-Latijn, omdat dat me een interessante en nuttige richting leek. Ik ben in de vakantie voor ik startte meermaals in de cursussen gaan kijken in het Adviescentrum voor Studenten. Ik heb daar ook eenmaal een gesprek gehad met een studieadviseur die zei 'Doe wat je graag doet, anders houd je het toch niet vol.', wat ik nog steeds een goede raad vind! De stap van het secundair naar de 1ste bachelor chemie was te groot. Ik wist niet wat studeren echt inhield, en nam '50u werken/week' niet serieus. In mijn nieuwe opleiding heb ik vooral véél méér gestudeerd. Mijn methode bleef dezelfde, ik studeerde gewoon heel wat meer uren per week.

Joyce, masterstudente

Ik wou al lang talen studeren: in het secundair waren dat ook steeds mijn favoriete vakken. Ik heb even getwijfeld tussen universiteit en hogeschool (journalistiek). Ik heb vooraf verschillende brochures gelezen, op de website van UGent gekeken en daarna ben ik naar de infodag op de Blandijn geweest. Ik had in het begin wat moeite met de manier van studeren. In het secundair leerde ik alle feiten vanbuiten, aan de universiteit kun je niet alles vanbuiten leren. Door de verkeerde studiemethode had ik in het 1ste jaar wel wat herexamens, maar zodra ik vast had hoe het moest, ging alles vlotter. Ik heb 3 jaar Engels-Spaans gedaan, maar het Spaans boeide mij niet meer zo. En aangezien ik graag leerkracht Engels zou worden, vond ik het een betere keuze om mij vooral op het Engels te concentreren. Dus heb ik Spaans laten vallen in mijn master. Hier heb ik niet zo lang over getwijfeld. Als keuzevakken kies ik steeds voor zoveel mogelijk literatuurvakken, want taalkunde interesseert mij minder. Ik zou graag de specifieke lerarenopleiding volgen om daarna Engels te geven in de hogere jaren van het secundair. Daarvoor is mijn opleiding ideaal, vind ik.

Ana, masterstudente

De eerste examenperiode was een absolute tegenvaller. Ik had het zwaar onderschat, met vele herexamens als gevolg. In juni verliep het al iets beter, al kon ik de schade niet meer inhalen. In augustus had ik dan eindelijk ongeveer door hoe ik het moest aanpakken, maar 7 herexamens was wel zwaar afzien. Ik ben het eerste jaar dus maar nipt doorgekomen, maar ik heb wel zeer veel bijgeleerd over mijn studiemethode en nu ondervind ik geen problemen meer. Ik ben zeer blij dat ik niet opgegeven heb en besef nu dat herexamens slechts een herkansing zijn en geen falen. Ik vind hobby's zeer belangrijk en wou mijn sociaal leven dan ook zeker niet opgeven voor mijn studies. Het is vaak moeilijk om een goed evenwicht te vinden en dat heeft mij dan ook minstens een jaar gekost. Vooral in de examens is het moeilijk, maar ik besef dat die opoffering zijn vruchten afwerpt. Ik ben zelf scoutsleidster en daar kruipt zeer veel tijd in, maar ik probeer dat vooral te beperken tot het weekend zodat ik mij tijdens de week op schoolwerk kan concentreren.

Tatjana, Master

Vele verhalen worden verteld over het studentenleven en minstens de helft is waar. Welke helft dan precies waar is, moet je jammer genoeg zelf ondervinden. Het is waar dat je veel meer moet studeren en je cursussen bijhouden en dat dat nogal een overrompeling kan zijn. Naar welke lessen je wel of niet moet gaan bepaal je beter niet aan de hand van getuigenissen van andere studenten. Je gaat beter af op je eigen ervaringen. Als dan de eerste examens eraan komen lijkt het onmogelijk om al die cursussen in je hoofd te stampen en merk je dat je te weinig notities hebt ... Dan kan het nog wel eens verkeerd aflopen. Kies iets dat je echt ligt. Zonder oprechte interesse raak je je motivatie kwijt en geraak je er echt niet. Informeer je goed over alle mogelijke opleidingen ook al lijkt het allemaal maar wat abstract. Volg je gevoel maar denk ook aan de toekomstperspectieven die een richting biedt. Volg zoveel mogelijk lessen, alles wat je al eens gehoord hebt, blijft langer hangen. Zelfstudie werkt wel voor sommige vakken maar je moet zeer goed weten welke. De allergrootste tip - die je dan ook zeker mag geloven - blijft: begin er op voorhand aan. Zorg dat al je cursussen compleet zijn en dat je al weet waarover ze gaan. Anders zou het wel eens dik kunnen tegenvallen.

Inneke, Master

Ik wist al in het vijfde middelbaar dat ik ofwel iets met talen ofwel iets in de sociale sector wou gaan studeren. Ik werd aangemoedigd door mijn leerkracht Frans om taal- en letterkunde te studeren. Toch twijfelde ik tot het midden van het zesde middelbaar of ik niets in de sociale sector zou gaan doen (bv: Sociale Agogiek). Ik heb dan op de site van de UGent alle mogelijke infobrochures aangevraagd van alle richtingen die me ook maar iets interesseerden en alles eens doorbladerd. Uiteindelijk besloot ik definitief voor talen te gaan. Dat ik Frans zou gaan doen, stond meteen vast. Als tweede taal heb ik enorm lang getwijfeld tussen Nederlands of Italiaans. Na een gesprek met een studente Nederlands - Frans en na de infonamiddag op de Universiteit stond mijn besluit vast: ik zou Frans-Nederlands gaan studeren. Italiaans kon ik dan later nog in avondschool leren, vond ik. Ik zou dus zeggen dat vooral het gesprek met de studente mij warm heeft gemaakt voor mijn keuze: bij haar kon ik cursussen inkijken, dus had ik al een redelijk goed zicht op de vakken die ik zou krijgen in het eerste jaar. Ik heb even getwijfeld om vertaler-tolk te gaan doen, maar die optie was ook snel van de baan geveegd door mijn leerkrache: zij vertelde me dat ik met mijn interesse voor literatuur beter terechtkon bij taal- en letterkunde. Naar infodagen van andere opleiding ben ik niet geweest, wat ik achteraf wel wat jammer vond. Als ik me iets minder had gefocust op de richting taal- en letterkunde, had ik misschien ook andere infodagen bijgewoond. Zo denk ik nu dat ik misschien ook wel graag de richting logopedie had gedaan, een optie die ik op het einde van mijn secundaire studies zelfs niet overwogen heb.

Lena, Master

In het eerste jaar heb ik de studiebegeleidingslessen van mevrouw Vierstraete bijgewoond: die vond ik erg interessant. We leerden hoe we moesten leren (een hele andere aanpak dan in het middelbaar) hoeveel we moesten leren per dag ... Daarnaast werden de algemene vakken ook apart behandeld: hoe zou het examen opgesteld zijn, hoe moesten we die vakken aanpakken? Ik heb geprobeerd haar tips zo goed mogelijk te volgen om mijn studieplanning op te stellen. De examens in het eerste jaar heb ik als erg zwaar ervaren. Ons examenrooster was allesbehalve ideaal: soms werden meerdere zware vakken in één week opgesteld. De ergste keer was toen we 4 vakken in één week hadden (vrijdag -maandag - woensdag - vrijdag). Hoe goed je die vakken dan ook in de blok mocht hebben voorbereid, één dag herhaling is niet genoeg om alles goed te kunnen herhalen. Komt daar dan nog de gedachte bij dat je maar één dag hebt om alles te herhalen, dat werkt ook niet stimulerend: paniekaanvallen en huilbuien werkten het leren soms wat tegen. Ik ben zelf niet erg stressbestendig maar ik merkte dat toch ook bij mijn medestudenten. Het eerste semester verliep uiteindelijk goed: ik was geslaagd. In het tweede semester had ik twee tekorten. voor de vakken Kunst en Romaanse talen, ook twee zware vakken. Uiteindelijk viel de tweede zittijd wel mee. Je hebt dan immers tijd genoeg om alles te leren en er is minder reden tot paniek.

Aimee, Master

Al in het vijfde jaar secundair wist ik dat ik iets met taal zou doen, omdat het een echte passie van mij is (dat was trouwens al veel vroeger duidelijk). Ik heb dan nog getwijfeld tussen communicatiewetenschappen, arabistiek, sinologie en taal- en letterkunde. Ik heb uiteindelijk voor het laatste gekozen omdat daar het grootste aanbod literatuur inzat. Ik wou echt bezig zijn met teksten (en dan vooral verhalende teksten). Het was best een grote stap. Vooral het zelf plannen van het werk en de enorme werklast waren een grote aanpassing. Maar uiteindelijk kan ik niet zeggen dat het echt is misgelopen. De eerste examenperiode in januari was heel hectisch. Ik heb vaak geweend toen of gepanikeerd. Toch was ik voor alles geslaagd (tegen alle verwachtingen in). In het tweede semester ben ik dan tegen de lamp gelopen (twee tekorten). Omdat ik in het eerste semester geslaagd was, dacht ik dat ik alles wel kon halen (ook door maar heel weinig te studeren). Niets bleek natuurlijk minder waar. De tweede zittijd was zwaar en de jaren erna heb ik extra hard gewerkt om dat niet meer te moeten meemaken. Al snel wist ik dat deze opleiding mij op het lijf was geschreven. Omdat ik eraan begon om literatuur te bestuderen, draaien bijna al mijn keuzevakken daarrond. Ik doe het heel graag en zou later dus bijvoorbeeld bij een uitgeverij of tijdschrift willen werken of bij een internationaal bedrijf. Vooraleer ik me op het solliciteren stort, ga ik eerst nog een jaartje bijstuderen om mijn achterstand in economie, recht en dergelijke bij te werken. Als je de opleiding taal- en letterkunde wil volgen, moet je gefascineerd zijn door taal en literatuur want je zal hopen teksten moeten lezen, zowel verhalende als wetenschappelijke. Informeer ook zeker eens naar de opleiding vertaler/tolk. Die is iets voor jou als je praktische oefeningen wil. Ga zeker naar infodagen en voorbeeldlessen. Je zal nog niet helemaal voorbereid zijn op wat komt maar het biedt je een eerste blik op je toekomstige leven.

Gert, Master

Ik begon met veel twijfels aan mijn eerste examenperiode. Ik had namelijk 12 examens die bovendien zeer kort op elkaar gepland waren. In november en december was de stress enorm: ik had enkele proefexamens afgelegd die helemaal niet goed waren. Dat was niet bepaald gerustwekkend. De blok was zeer zwaar: ik moest op een hoog tempo studeren, verwijderd van sociaal contact met vrienden. Gelukkig studeerde ik thuis en werd ik goed verwend. Begin februari, na een weekje Rome tijdens de intersemestriële vakantie, vernam ik via Minerva het verdict: drie buizen (historische kritiek, kunst en wijsbegeerte). Zowel mijn moeder als ik waren geschokt. Ik troostte mezelf met mijn 14 voor Latijnse Taalbeheersing en een 15 voor Italiaanse taalvaardigheid. De examenperiode in juni was eveneens zwaar: ook drie buizen, waarvan twee op de taalvakken. Ik troostte me weer met de credits die ik al had gewonnen. Juli was dan mijn vakantiemaand: Gentse Feesten, wat werken tussendoor en op kamp gaan. In augustus stonden drie weken blok op het programma. Zeven examens moest ik afleggen in tweede zit. Ik had hard geblokt, ook al was er om de twee dagen een examen. Resultaat bij de proclamatie: maar één vak dat ik moest meenemen naar het tweede jaar (wijsbegeerte). Ik was zeer tevreden van mezelf en besefte dat een tweede zit hebben geen ramp was, maar een extra kans. In mijn tweedezitsblok leerde ik de fouten af die ik had gemaakt tijdens de eerstezitsperiodes. De grootste kwelduivel was het werken tegen de tijd en het herhalen. Ik eiste van mezelf dat ik elk vak twee keer moest gezien hebben. Dat lukte voor enkele wel, voor andere niet.

Mathieu, Master

In dit masterjaar probeer ik de meeste tijd te spenderen aan mijn studies. Toch houd ik tijd vrij om met mijn vrienden uit te gaan ('een overpoortje doen' i.e. een nachtje stappen in enkele cafés van de Overpoort, of iets gaan drinken), een film mee te pikken van de studentenvereniging, gaan zwemmen in het Van-Eyckzwembad, activiteiten doen enzovoort. Ik plan mijn ontspanning in functie van mijn studies: ik houd bv. rekening met lessen of met presentaties waardoor ik niet te laat mag thuis komen. Momenteel lukt me dat heel goed. Ik merk vaak dat het uitgaan een stimulans kan betekenen voor mijn studies. Het sociaal contact kan me soms goedgeluimd maken waardoor ik me sneller en gemakkelijker aan mijn studies kan zetten. Uiteraard moet ik tijdens een examenperiode niet zo vaak uitgaan, al plan ik enkele dagen zoals Kerstdag of Nieuwjaar waarop ik helemaal niet studeer.

Marta, Master

Mijn studiekeuze is zeer moeilijk verlopen. In het secundair was ik in heel veel dingen geïnteresseerd. Omdat ik geslaagd was voor het toelatingsexamen geneeskunde ben ik dat gaan doen. Ik heb daarin ook een bachelordiploma behaald. Maar ik voelde al na een jaar dat het niets voor mij was. Na mijn bachelordiploma ben ik dan taal- en letterkunde gaan studeren, wat ik heel graag gedaan heb. Nu zit ik in mijn masterjaar. Ik had me nochtans heel goed geïnformeerd, maar ik vind - achteraf gezien - dat er bij het advies in het laatste jaar secundair veel te veel gefocust wordt op wat je zult aankunnen en minder op wie je bent, wat je wilt en wat belangrijk is in het leven. Ken jezelf! Kies voor iets wat je graag doet, en probeer je zo weinig mogelijk te laten leiden door vrienden. Uitzicht op werk is belangrijk, maar als je nooit geïnteresseerd was in wetenschappen zul je dat nu ook niet plots worden. Probeer te kijken naar wie jij bent, niet naar hoe je het gevoel hebt dat je moet zijn.