Master of Veterinary Medicine in Veterinary Medicine (Pig, Poultry and Rabbit)

Course content

De volledige opleiding tot Master in de diergeneeskunde duurt zes jaar, gespreid over drie bachelorjaren en drie masterjaren. De bachelorjaren kan je in Vlaanderen volgen aan de Universiteit Gent en aan de Universiteit Antwerpen. De klinische masteropleiding (Master in de diergeneeskunde - Dierenarts) kan je in Vlaanderen echter maar aan één instelling volgen, namelijk de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent, en is enkel toegankelijk voor wie in het bezit is van een academisch bachelordiploma in de diergeneeskunde.

Course structure

> eerste en tweede jaar master
In de eerste twee jaren van de masteropleiding krijg je een grondige opleiding via hoorcolleges, praktische oefeningen en klinieken, die het hele domein van diergeneeskunde bestrijken. Alle belangrijke ziekten met de daarbij horende diagnostische en therapeutische mogelijkheden worden besproken en voor zover mogelijk gedemonstreerd tijdens klinische demonstraties. Daarnaast gaat heel wat aandacht naar de rol van de dierenarts in de dierenziektebestrijding en de veterinaire volksgezondheid en voedselveiligheid. Het theoretische onderricht wordt aangevuld met talrijke uren praktische oefeningen en met klinisch werk.
Halverwege het tweede masterjaar maak je een eerste keuze tussen een groep keuzevakken toegespitst ofwel op de gezelschapsdieren ofwel op het paard ofwel op de nutsdieren. In dat jaar komt ook het eerste deel van de masterproef aan bod: je loopt één week stage bij een dierenarts voor voedselproducerende dieren en één week stage bij een dierenarts voor gezelschapsdieren. Verder rond je de voorbereiding (= literatuurstudie) tot het schrijven van de masterproef af.

> derde jaar master
Het aantal theoretische vakken dat je in het derde masterjaar moet volgen, is beperkt.
Je kiest één van de vijf aangeboden afstudeerrichtingen:
- herkauwers
- varken, pluimvee en konijn
- gezelschapsdieren
- paard
- onderzoek.
Daarnaast is er een waaier aan keuzevakken waarbij je afhankelijk van je afstudeerrichting kunt kiezen uit een aantal vakken die eerder klinisch, dan wel onderzoeksgericht zijn. Het is zelfs mogelijk om vakken van buiten de faculteit te volgen, mits toestemming van de curriculumcommissie.
In het laatste jaar, behalve voor de afstudeerrichting onderzoek, breng je zowat alle beschikbare tijd in de kliniek door, waaronder ook nacht- en weekenddiensten.
Net zoals in elke andere masteropleiding beëindig je ook hier je opleiding met een tweede of derde deel van de masterproef. In de afstudeerrichtingen gezelschapsdieren, herkauwers, paard, varkenpluimvee- konijn werk je in het tweede deel van de masterproef je literatuurstudie af en verdedig je die mondeling. In het kader van het derde deel van de masterproef loop je extra klinieken en rond je dat deel af met een klinisch eindexamen. In de afstudeerrichting onderzoek voer je in het kader van je tweede deel van de masterproef een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek uit, maak je hiervan een thesis en verdedig je die mondeling voor een jury.

Career perspectives

Zowat zestig procent van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts. Buiten de zelfstandige praktijk vind je dierenartsen vooral terug in de inspectie van eetwaren (slachthuis, voedingsindustrie), de farmaceutische industrie en veevoederbedrijven. Een kleiner aantal gaat aan de slag als inseminator of als dierenarts verbonden aan diverse agentschappen en overheidsdiensten. Vele afgestudeerden vinden ook een baan in het wetenschappelijk onderzoek.

In de meeste sectoren is er vraag naar specialisten. Zowel voor dierenartsen werkzaam in de nutsdieren als in de gezelschapsdieren neemt de vraag naar specialisatie toe. De faculteit Diergeneeskunde beantwoordt die vraag door het inrichten van specialisatiecursussen die leiden tot de diploma’s van vakdierenarts of Europees erkend specialist (Diplomate).

+++/---
> een job?
Sinds het begin van de jaren zestig is het aantal dierenartsen sterk toegenomen, maar momenteel lijkt die aangroei zich enigszins te stabiliseren. De tewerkstelling van dierenartsen is in de loop der jaren eveneens sterk veranderd. In de sectoren van de gezelschapsdieren (hond/kat) en paard zijn de toekomstmogelijkheden momenteel beperkt wegens het grote aantal dierenartsen dat in die sectoren al actief is. In de sector van de landbouwhuisdieren (rund/varken) is er momenteel opnieuw meer vraag naar goed opgeleide dierenartsen. Anderzijds kan de toegenomen Europese regelgeving in verband met kwaliteitscontrole extra tewerkstelling creëren.
Als dierenarts heb je een solide wetenschappelijke opleiding achter de rug. Je komt dus ook in aanmerking voor diverse functies in het bedrijfsleven, die niet direct iets te maken hebben met diergeneeskunde of met de zorg voor dieren. De ontkoppeling van diploma en job is een fenomeen dat geldt voor vele disciplines en ook voor dierenartsen wordt het meer en meer een realiteit.

Als student met een wetenschappelijke interesse kom je in het diergeneeskundig wetenschappelijk onderzoek evengoed aan je trekken als in andere studierichtingen van de exacte wetenschappen. Een loopbaan als wetenschappelijk navorser in verschillende onderzoeksgebieden behoort zeker tot de mogelijkheden.
Met onderzoekservaring in de faculteit Diergeneeskunde kun je bijvoorbeeld zeer vaak aan de slag in de farmaceutische industrie.

Zoals in andere beroepen heb je als gemotiveerde dierenarts een goede kans op een interessante carrière en je brede academische vorming garandeert voldoende flexibiliteit om het waar te maken in een evoluerende maatschappij.