Master of Arts in de vergelijkende moderne letterkunde

Kwaliteitszorg in eigen regie

Mensen die durven denken over de uitdagingen van morgen, daar streven we naar. Daarom is het onderwijs aan onze universiteit stevig verankerd in zes grote doelstellingen.

  1. Denk Breed. Zo breed mogelijk denken en daarbij ruimte geven om zichzelf en de eigen visies in vraag te stellen. Durf Denken maar ook durven veranderen van denkwijze.
  2. Blijf Onderzoeken. Onderzoek is het fundament van ons onderwijs. Elke dag opnieuw hangt de Universiteit Gent haar manier van onderwijzen vast aan de dynamiek van de wetenschap.
  3. Steun Talent. Iedereen start met gelijke kansen. Alle studenten krijgen de gelegenheid hun talenten te ontwikkelen, onafhankelijk van gender, culturele of sociale achtergrond.
  4. Bouw Mee. Studenten, personeel, de overheid en de bedrijfswereld krijgen de kans om mee te bouwen aan de inhoud en de vorm van ons kwalitatief hoogstaand onderwijs. De Universiteit Gent staat bekend om haar bijzonder actieve studenten in studentenparticipatie en daar zijn we trots op.
  5. Verleg Grenzen. We willen onze studenten internationale en interculturele bagage meegeven. We geven ze de kans om over de grenzen heen ervaring op te doen. We zetten ook onze deuren open voor studenten uit de gehele wereld en verwelkomen buitenlandse docenten en wetenschappelijk personeel.
  6. Kies Kwaliteit. Constante kwaliteitszorg en -verbetering zit in onze cultuur gebakken en daar communiceren we in alle openheid over naar iedereen. We zijn trots op het niveau van onze universiteit.

De UGent ziet de onderwijskwaliteitszorg als een intern zelfevaluatieproces, waarbij faculteiten en opleidingen de doelen die ze zichzelf hebben gesteld, aftoetsen aan de behaalde resultaten en op basis hiervan het beleid bijsturen. De portfolio’s vormen een belangrijke schakel in dit proces. De behaalde resultaten zijn gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve informatie van betrokken stakeholders (studenten, lesgevers, werkveld, internationale experten, alumni, …). De ‘peerleerbezoeken’, het jaarlijkse kwaliteitsoverleg en het Onderwijskwaliteitsbureau (OKB) zorgen ervoor dat de PDCA-cyclus op verschillende beleidsniveaus gesloten wordt en helpen om het verbeterbeleid scherp te houden.

Een uitgebreide beschrijving van hoe de Universiteit Gent continu aandacht houdt voor kwaliteitszorg en kwaliteitscultuur is te vinden in de Eigen Regie in Gents Onderwijsbeleid en Kwaliteitszorg (ERGO)

 

Kwaliteit van deze opleiding

Dit kwaliteitszorgsysteem geeft voor elke opleiding informatie over de troeven, de sterke punten en de werkpunten. Een samenvatting voor deze opleiding is te vinden hieronder:

 

De troeven van de opleiding

  1. De opleiding slaagt er in om zowel theoretische als praktijkgerichte verdieping te realiseren. Door vier luiken binnen de opleiding (theoretische bagage, letterkundige specialisering, eigen onderzoeksoutput, praktijkgerichtheid) worden beide objectieven tegelijkertijd gehaald.
  2. Kenniscreatie: door de complementaire aard van de opleidingsonderdelen krijgt de student(e) een brede theoretische kijk op literaire fenomenen: cultuurhistorische, -sociologische en -filosofische denkwijzen behoren evenzeer tot de horizon van de student(e) als de methodologische instrumenten van de tekstkritiek, de geschiedenis van die methodologie en de relatie tussen literatuur en andere artistieke disciplines. De student(e) leert op die manier kritisch en creatief om te gaan met een heterogeen geheel van literatuurwetenschappelijke referentiekaders.
  3. Het multiperspectivisme dat vervat zit in de vier luiken en in de programmatische keuze voor vier complementaire plichtvakken (vakken die focussen op de relatie van enerzijds literatuur met anderzijds psychologie en cognitie, sociologie en maatschappelijke relevantie van literatuur, of boekbedrijf en theoretische ontwikkelingen in de menswetenschappen) is in de opleiding gegarandeerd.
  4. Qua talentontwikkeling zet de opleiding sterk in op spreek- en schrijftalenten, vaardigheden in opzoeken en synthetiseren, methodegericht werken en vermogen tot reflectie. Uit reacties van oud-studenten blijkt dat de alumni dit erkennen en waarderen. Deze attitudes en vaardigheden zijn als transferable skills nuttig voor diverse sectoren van de arbeidsmarkt.
  5. De plichtvakken en de masterproef zorgen ervoor dat de studenten in staat zijn zelfstandig te handelen als kritisch waarnemer, onderzoeker en oplosser van problemen. De programmaonderdelen zetten daarom enerzijds in op onderzoeksgebaseerd onderwijs van docenten die (recent) onderzoek verwerken, en laten anderzijds studenten toe hun zelfstandigheid als literatuurwetenschappelijk onderzoeker te ontwikkelen.

 

Kwaliteitszorg van de opleiding: sterke punten

  1. Relatie met en feedback door het werkveld is in grote mate aanwezig. De opleiding werkt, via een raad van advies, nauw samen met belangrijke actoren in het literaire veld.
  2. De bewaking van de integratie van de opleidingsonderdelen is prioritair: de opleiding besteedt veel aandacht aan de wisselwerking tussen stage en theoretische plichtvakken, en tussen de plichtvakken onderling.
  3. Motivatie: de opleiding doet heel wat inspanningen om via speciale evaluatievormen (verdediging stageverslag, evaluatie in teamverband, innoverende vormen van rapportering) en extra-curriculaire initiatieven (studiereis en scriptieshow tijdens het eerste semester) de betrokkenheid van studenten bij hun studiediscipline te vergroten.
  4. Toetsing: onze studenten waarderen dat ze goed geïnformeerd zijn over de vorm en de inhoud van de evaluaties zodat ze tijdens het studeren duidelijk weten waaraan ze zich kunnen verwachten.
  5. Aanspreekbaarheid: als kleine opleiding zetten wij in op een onmiddellijk en intensief persoonlijk contact tussen onze docenten en onze studenten. De alumniwerking (sociale media, leesclub) ligt in het verlengde daarvan.

 

Kwaliteitszorg van de opleiding: werkpunten

  1. Optimalisatie van de relatie met het werkveld is een constante zorg. O.a. via onderwijsinnovatieprojecten en verbetering van de evaluatieprocedure in verband met de stage zou het professionaliseringstraject binnen de opleiding verbeterd kunnen worden.
  2. De integratie tussen masterproef en de andere opleidingsonderdelen is gegarandeerd via de letterkundige keuzevakken en de plichtvakken, maar kan nog worden uitgebreid. Zo zou onderzoek vanuit vergelijkend perspectief meer gestimuleerd kunnen worden.
  3. De integratie van de stage en de masterproef enerzijds en de stage en de plichtvakken anderzijds is een belangrijke uitdaging. Verwant daarmee is de problematiek van de beheersing van de studielast en de voortdurende dreiging van studieduurverlenging.