Master of Arts in Oriental Languages and Cultures (Middle East Studies)

Course content

De masteropleiding (tweejarig) in de Oosterse talen en culturen is een talen- en culturenstudie met vier deelgebieden: China, India, Japan en het Midden-Oosten. Net als in de bacheloropleiding volg je twee taalvarianten uit het door jou gekozen deelgebied, en een pakket vakken gericht op cultuur en wetenschappelijke methodologie. Een belangrijk verschil met de bacheloropleiding is dat taal, cultuur en methodologie meer geïntegreerd aangeboden worden: zo leer je bijvoorbeeld niet langer een taal, maar bestudeer je een ‘taal, tekst en context’; in het opleidingsonderdeel ‘cultuur in perspectief’ staan wetenschappelijke thema’s centraal die vanuit diverse invalshoeken belicht worden.


De minors van de bacheloropleiding worden in de master verdergezet in de professionaliseringstrajecten, waarvan je er één kiest. Je doet een eerste professionele werkervaring op door hierbij stage te lopen in een bedrijf, aan een culturele instelling of een organisatie naar keuze. Een belangrijk aspect van de master Oosterse talen en culturen is internationalisering. Je wordt aangemoedigd om één of twee semesters door te brengen in het buitenland, in een land uit het gekozen deelgebied of elders in Europa. Ook de stage kan in het buitenland opgenomen worden. De masterproef is het sluitstuk waarin je bewijst de methodologie te kunnen aanwenden om aan taal- en cultuurstudie te doen.

De master is enkel toegankelijk na het volgen van de bachelor in de Oosterse talen en culturen (eventueel via een verkort traject, aan te vragen bij de faculteit). In de bachelor zijn er vier afstudeerrichtingen (China, India, Japan en Arabistiek en islamkunde). Als bachelorstudent volg je twee taalvarianten die de kern uitmaken van de studie. Rond die talen wordt een cultuurpakket opgebouwd. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de relaties en interacties tussen de verschillende deelgebieden.

Binnen het masterparcours kies je vier ‘taal, tekst en contextvakken’, in aansluiting op de taalvakken uit de bacheloropleiding:

  • China: vakken Modern Chinees en traditionele taal en cultuur;
  • India: vakken Hindi, Sanskrit en Middelindisch;
  • Japan: vakken Modern Japans en traditionele taal en cultuur;
  • Midden-Oosten: vakken Modern Arabisch en traditionele taal en cultuur.

Naast moderne leer je dus ook klassieke teksten kennen. Die traditionele Oosterse teksten spelen een belangrijke rol in de religies en het politieke discours in de diverse Oosterse landen. In de talenstudie is actieve taalvaardigheid uiteraard zeer belangrijk (voor moderne talen), maar anders dan in een vertaal- of tolkenopleiding is taalvaardigheid geen doel op zich, maar een middel om door te dringen tot andere culturen en te communiceren met mensen uit de bestudeerde landen.

Course structure

In de master worden je wetenschappelijke en kritische vaardigheden vervolmaakt, en de talen en culturen in de diepte bestudeerd, wat betekent dat je een bredere waaier aan mogelijkheden hebt op de arbeidsmarkt. In de bachelor worden basisvaardigheden opgebouwd in de diverse componenten van het programma (taalvaardigheid, essentiële historische, culturele en maatschappelijke achtergronden, onderzoeksstrategieën). In de master worden die meer geïntegreerd aangeboden.De masteropleiding heeft een sterke professionele en wetenschappelijke oriëntering.

Het programma bevat de volgende componenten:

  1. Taal, tekst en context (per taal): grondige studie van de Oosterse talen die in de bachelor aangeleerd werden. Die worden ingebed in hun maatschappelijke, culturele en wetenschappelijke context;
  2. Cultuur in perspectief (per cultuurgebied; wordt in het Engels gedoceerd): grondige studie van culturele of maatschappelijke fenomenen op basis van bronteksten en een analyse van de standpunten ingenomen in de vakliteratuur;
  3. Professionaliseringsmodule: keuze uit ‘Academic proficiency’ (Engelstalig onderzoekstraject), ‘Samenleving en diversiteit’, ‘Politieke en sociale wetenschappen’, ‘Economie en bedrijfskunde’ en ‘Onderwijs en educatie’;
  4. Internationaliseringsmodule: verblijf in een land uit het gekozen deelgebied of aan een andere Europese universiteit. Studenten die verkiezen aan de UGent te blijven nemen de module Internationalisation@Home op met vakken Globalisering;
  5. Stage: gekaderd binnen de professionaliseringsmodule of de internationaliseringsmodule. Dit stelt je in staat om een eerste, zeer waardevolle pre-professionele werkervaring op te doen. De opleiding kan hiervoor beroep doen op een breed gamma aan stagepartners (bedrijven, overheidsdiensten, musea, etc.);
  6. Masterproef en scriptieseminarie: hierin bewijs je dat je bronmateriaal uit de Oosterse culturen toegankelijk kan maken voor een Westers publiek, en gebeurtenissen kan interpreteren binnen een wetenschappelijk kader.

Career perspectives

De master in de Oosterse talen en culturen geeft dezelfde mogelijkheden op de arbeidsmarkt als andere academische studies waarbij taal centraal staat (taal- en letterkunde, talen en culturen). Afgestudeerden kunnen aan de slag in de culturele sector (musea, uitgeverijen, theatergezelschappen, literaire organisaties, archieven, pers, bibliotheken en culturele centra), alsook in instellingen van verschillende overheden en internationaal gerichte bedrijven. Zij worden vaak gevraagd om handelsmissies te ontvangen en te begeleiden, om handelscontracten in goede banen te leiden, en om bedrijfsleiders bij te staan in de diverse Aziatische landen.

Voor wie een grote belangstelling heeft voor een wetenschappelijke verdieping in de humane wetenschappen (religie, filosofie, taalkunde, geschiedenis, sociologie, en dergelijke) biedt de master ook aantrekkelijke perspectieven op een carrière als wetenschappelijk onderzoeker.