Bachelor of Science in de geneeskunde

Het beroep van arts is zonder twijfel één van de meest fascinerende. Wie wordt niet geboeid door het wondere functioneren van het menselijk lichaam? De kennis hierover omzetten in het genezen van zieken én in het verbeteren van de volksgezondheid vormt voor veel jongeren een bijzonder boeiende uitdaging. De artsenopleiding is echter meer dan het bijbrengen van medische en technische vaardigheden. Als arts moet je immers over een hoge dosis psychologisch inzicht beschikken omdat de arts voor velen het eerste aanspreekpunt is bij problemen die het medische vaak overstijgen.

Voor wie?

Om te mogen starten met de opleiding tot arts moet je geslaagd zijn voor het toelatingsexamen. Meer informatie hierover vind je op www.toelatingsexamenartstandarts.be. Het toelatingsexamen test het begripsniveau in de vakgebieden fysica, wiskunde, chemie en biologie. Uiteraard is een grondige kennis van die vakken noodzakelijk om te slagen voor het toelatingsexamen. Daarnaast worden ook de algemene cognitieve vaardigheden en het sociale inzicht getoetst.

Maar ... specifieke voorkennis is slechts één aspect! Je start met een opleiding van minstens zes jaar, en om dat tot een succes te maken, zijn motivatie en inzet minstens even belangrijk. Ook een goed geheugen en zin voor synthese zijn noodzakelijk voor het verwerken van de medische vakken. Daarnaast moet je als toekomstige arts ook over sociale en psychologische vaardigheden beschikken én is een brede maatschappelijke belangstelling absoluut noodzakelijk.

Opbouw

Het concept van de artsenopleiding aan de Universiteit Gent is uniek: een studiejaar bestaat niet uit de klassieke vakken maar uit geïntegreerde 'blokken' en 'lijnen'. Blokken zijn in de tijd beperkte geïntegreerde onderwijsperiodes die telkens een bepaald thema bestuderen en dat benaderen vanuit verschillende invalshoeken (disciplines). Naast het onderwijs in blokken zijn er ook de lijnen die door de hele opleiding lopen. In dat soort onderwijs krijg je klinische, technische en communicatieve vaardigheden aangeleerd, word je getraind in het oplossen van problemen, realiseer je zelfstandig wetenschappelijk werk (o.a. een masterproef) en ga je op exploratie in de gezondheidszorg. Dat alles wordt aangevuld met een 'studium generale'.

  • Bachelor

Het eerste jaar bachelor Geneeskunde is voor de helft gemeenschappelijk met het eerste jaar Tandheelkunde: vijf blokken zijn gewijd aan biomedische onderwerpen en één blok aan gezondheid en maatschappij.

In het tweede jaar bestudeer je op een geïntegreerde wijze de verschillende stelsels (hart en bloedvaten, longen, nieren …). Simultaan met het theoretisch onderwijs in de diverse stelsels worden ook de eerste klinische vaardigheden aangeleerd.

In het derde jaar gaat veel tijd naar een inleiding in de wetenschappelijke onderzoeksmethodologie. Veel aandacht gaat naar het aanleren van de diagnostische en therapeutische methodieken in de geneeskunde en de medische besliskunde. Vanaf het tweede semester komt de kliniek aan bod.

  • Master
In het masterprogramma wordt ernaar gestreefd om de theoretische kennis over ziektebeelden, hun ontstaan, diagnose en therapie beter te integreren in de praktijk. Er zijn trainingen voorzien in het skillslab, en via patiëntencontacten wordt de diagnostische aanpak besproken in de klinische lessen. Veel aandacht gaat naar de betekenis van klinische bevindingen, naar de psychosociale context van de patiënt en naar een rationele keuze van onderzoeksmethodes en behandeling ('evidence based medicine'). Er staan ook heel wat stages op het programma: van observatiestages (individuele kijkstages) over gestructureerde stages (in kleine groep) naar een huisartsstage en lange stageperiodes in diverse disciplines (spoed, heelkunde, pediatrie, gynaecologie enz.). Ook buitenlandse stages zijn mogelijk.

Waarheen?

Er bestaan drie soorten artsen: de geneesheer-specialisten, de huisartsen en een derde groep werkzaam in de ‘niet-curatieve sector’.

Wie een opleiding tot geneesheer-specialist volgde, vindt doorgaans een job in het gekozen specialisme, in een ziekenhuis of een eigen praktijk of binnen een samenwerkingsverband.

Wie koos voor de huisartsopleiding zoekt meestal in functie van de regionale spreiding een vestiging, de laatste tijd meer en meer in associatie met andere huisartsen of paramedici. De taken van de huisarts zijn breder dan die van de specialist. Voor de meeste patiënten is de huisarts de eerste contactpersoon en meestal ook de vertrouwensfiguur, die via het Globaal Medisch Dossier de zorgverlening in overleg met de patiënt coördineert.

De niet-curatieve gezondheidszorg is moeilijk onder één noemer te brengen. Ieder middelgroot bedrijf of dito instelling heeft zijn eigen arbeidsgeneesheer. Heel wat artsen vervullen administratieve taken bij de overheid of zijn ingeschakeld in de verzekeringsgeneeskunde, jeugdgezondheidszorg, preventie, controle en inspectie, noem maar op. Artsen komen ook terecht in het wetenschappelijk onderzoek binnen overheidsdiensten, privébedrijven, universiteiten. Binnen de drie oriëntaties heb je telkens de keuze tussen twee opties: nadruk op patiëntencontact of nadruk op onderzoek.