Master of Science in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering

Er is een groeiende nood aan deskundigen op het vlak van gezondheidsvoorlichting en -bevordering. De primaire preventie van een aantal chronische aandoeningen (hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, obesitas …) wordt steeds belangrijker. Patiënten hebben voorlichting en begeleiding nodig (patiënteneducatie) bij het aanpassen van hun leefstijl in het kader van een vaak levenslange ambulante behandeling.

Het effect van de omgeving op onze gezondheid en de druk die uitgaat van omgevingsfactoren op het gezondheidsgedrag van de populatie zijn niet te onderschatten. Zo is er een toenemende aandacht voor het organiseren van rookvrije omgevingen, het voeren van een gezondheidsbeleid in scholen en bedrijven ...
Een systematische en planmatige aanpak voor de gezondheidsprogramma’s is dan ook uitermate belangrijk. De opleiding zorgt voor een goede kennis van theorieën die dergelijke programma’s kunnen onderbouwen en van methoden om die programma’s op hun waarde en effect te evalueren.
De Master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering heeft geen eigen specifieke bacheloropleiding maar is gericht op een instroom uit diverse professionele en academische bachelors. Ook na het behalen van een andere master kun je deze master volgen.
Gezondheidsvoorlichting en -bevordering is sterk multidisciplinair, het is een combinatie van  gedragswetenschappen, sociale wetenschappen, medische en paramedische wetenschappen, communicatiewetenschappen, cultuurwetenschappen, e.a.
Met een diploma van een dergelijke basisopleiding op bachelor- of masterniveau kun je je met deze masteropleiding verder verdiepen in de basiswetenschappen van het werkveld, die kennis verruimen met andere wetenschappen en ze integreren in het toepassings­gebied van de gezondheidsbevordering.

Opbouw

Grote aandacht gaat naar de theoretische onderbouw van zulke programma’s en de wetenschappelijke benadering van preventieproblemen.

Je wordt opgeleid om op wetenschappelijke basis gezondheidsvoorlichting en -bevorderende activiteiten te ontwikkelen, uit te voeren en te evalueren. Die activiteiten kunnen zich zowel situeren in de preventieve sector als in de ziekenhuissector en andere zorgverlenende sectoren. Hierbij gaat de aandacht zowel naar individuele als naar gemeenschapsgerichte interventies en programma’s.
Er wordt gebruik gemaakt van de kennis en methoden uit verschillende wetenschapsgebieden: geneeskunde, epidemiologie, psychologie, communicatiewetenschap, economie, beleidswetenschap, farmacologie.
Een aantal opleidingsonderdelen draagt bij tot de kennis en vaardigheden voor de ontwikkeling van interventies en andere zijn gericht op het verhogen van de methodo­logisc­he kennis en vaardigheden die moeten toelaten wetenschappelijk onderzoek te verrichten. De keuzevakken bieden je de kans je traject volgens je eigen interesse te vervolledigen. De masterproef vormt het belangrijke sluitstuk van de opleiding. Er zijn eveneens mogelijkheden om binnen het Erasmus­programma de masterproef uit te werken in buitenlandse onderzoekscentra.

Praktisch
De opleiding is een dagopleiding die niet speciaal gericht is op de combinatie van werken en studeren. Voor verschillende opleidingsonderdelen moeten zowel groeps- als individuele opdrachten uitgevoerd worden, sommige met en andere zonder begeleiding. Aanwezigheid in een aantal lessen is dus een vereiste. Tijdens diverse opleidingsonderdelen kom je in contact met vertegenwoordigers van het werkveld..

Arbeidsmarkt

Het ontwikkelen en implementeren van preventieprogramma’s is van oudsher verspreid over diverse types van organisaties en is sterk multidisciplinair. De overheid organiseert zelden zelf activiteiten of programma’s maar subsidieert vooral organisaties om die taken op te nemen.

In het recente verleden werden een aantal overheidsinitiatieven genomen om de ontwikkeling van de preventieve sector te activeren, zoals het erkennen van lokale gezondheidsnetwerken (LOGO’s), het decreet op de preventieve gezondheidszorg e.a.

+++/---
Naast de door de overheid gesubsidieerde organisaties met een specifieke preventieve opdracht zijn er nog tal van organisaties werkzaam op dat terrein. Ook binnen de private sector nemen de activiteiten op dat vlak toe, denk maar aan de voedingsbedrijven die actief informatie verspreiden in het kader van de dreigende obesitasepidemie.
De sector van de preventieve gezondheidszorg heeft de laatste jaren, onder impuls van internationale ontwikkelingen, een sterke professionalisering doorgemaakt en de nood aan goed opgeleide preventiewerkers neemt toe. Ook binnen de sector van de geestelijke gezondheidszorg is er een groeiende belangstelling voor preventie.
Organisaties kunnen themagericht zijn, bv. de Vereniging voor Alcohol en andere Drugproblemen of kankerverenigingen. Andere organisaties zijn meer gericht op het organiseren van programma’s in scholen en bedrijven.
Het Vlaams Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (VIGEZ) richt zich, naast het ontwikkelen van methodieken voor een aantal thema’s (voeding, roken en ongevallen) en sectoren (scholen, bedrijven, kansarmen), ook op het bevorderen van de kwaliteit van preventieprogramma’s.
Nog andere organisaties richten zich op doelgroepen als kinderen, bv. Kind en Gezin.
Domus Medica (huisartsenvereniging) en de wijkgezondheidscentra ontwikkelen steeds meer preventieve activiteiten. Door de groeiende aandacht bij ziekenfondsen, arbeidsgeneeskundige diensten e.a. voor het organiseren of financieren van preventieve activiteiten, hebben ook die diensten nood aan beroepskrachten op dat terrein.
De tewerkstellingsmogelijkheden in de ziekenhuissector nemen eveneens toe. Meer en meer worden programma’s opgezet voor patiënteneducatie zoals voor kankerpatiënten, diabetespatiënten en hartpatiënten. Ook in de ziekenhuishygiëne zijn er tewerkstellingskansen.
Mocht je interesse hebben voor tewerkstelling in ontwikkelings­landen, dan biedt de opleiding een goede voorbereiding in het kader van aidsprogramma’s, tuberculosebestrijding of reproductieve gezondheid. Ten slotte zijn er tewerkstellingskansen in het hoger onderwijs in de paramedische en sociale richtingen.