Bachelor of Science in Veterinary Medicine

What?

De economische en maatschappelijke realiteit van vandaag is anders dan twintig tot dertig jaar geleden. Kleinere landbouwbedrijven met verscheidene diersoorten hebben plaatsgemaakt voor de intensieve teelt van meestal één diersoort. De aandacht gaat hierbij niet langer naar het individuele dier, maar naar de totale productie-eenheid. Voor een dierenarts betekent dit relatief minder werk … maar vooral ander werk.

Bij grote concentratie van dieren gaat de aandacht vooral naar de gezondheid van de groep en de preventie van besmettelijke ziekten. De zorg voor het individuele dier vinden we wel nog terug bij de gezelschapsdieren. Een andere taak die weggelegd is voor dierenartsen heeft te maken met de productiewijze en de veiligheid van het voedsel. De dierenarts, gespecialiseerd in veterinaire voedselveiligheid en volksgezondheid, vervult hierin een belangrijke taak.

For whom?

Universitaire studies in het algemeen en diergeneeskunde in het bijzonder, hebben terecht de naam zwaar te zijn. De wetenschappelijke opleiding van de dierenarts houdt in dat de kennis zich niet beperkt tot ‘wat is de diagnose’ en ‘hoe te behandelen’, maar ook dat het ‘waarom’ diepgaand wordt bestudeerd. Chemie en fysica nemen een belangrijke plaats in. Een sterke interesse voor wetenschappen, gekoppeld aan een stevige basiskennis is een absolute voorwaarde om aan de studies te beginnen. Noties van Latijn zijn nuttig (maar niet noodzakelijk). Een sterk geheugen is noodzakelijk voor alle medische vakken. Doorzettingsvermogen speelt zowel voor de opleiding als voor het beroep een belangrijke rol. Ook het vermogen om zelfstandig te werken én sociale vaardigheden zijn belangrijke troeven voor de studies van dierenarts.

Course structure

  • Bachelor

Het eerste jaar brengt de basiswetenschappen op universitair peil. Wiskunde is geen afzonderlijk vak, maar geïntegreerd in het vak fysica. Daarnaast worden de cellen en de weefsels bestudeerd waaruit een dier is opgebouwd. Er wordt ook gestart met een basis van de statistische verwerking van gegevens. Ook de ontwikkeling van de huisdieren en de rassenleer en ethiek komen aan bod. Verder passeren de ziekteverspreiding en de daaraan verbonden economische aspecten de revue. De structuur van de gewervelde dieren het algemeen en van de huisdieren in het bijzonder wordt bestudeerd. In het tweede jaar wordt de studie van het gezonde dier verdergezet. Tevens zetten de studenten hun eerste stappen in de studie van afwijkingen van de normale functie. De algemene principes van de veterinaire volksgezondheid en voedsel- en milieuchemie komen aan bod. Tot slot is ook het eerste deel van de leerlijn klinische en communicatieve vaardigheden geprogrammeerd (wordt verder gezet in het derde jaar). Het derde jaar is hoofdzakelijk paraklinisch geïnspireerd. De studenten verwerven inzicht in de verschillende ziekteverwekkers, de diervoeding, de immunologie, farmacologie, medische beeldvorming, dierengedrag- en welzijn en de hygiëne en huisvesting van de huisdieren. Tevens zetten de studenten hun eerste stappen in de pathologie en in de heelkunde.

Master

In de eerste twee masterjaren worden allerlei ziekten en afwijkingen bestudeerd. Daarnaast gaat heel wat aandacht naar het dier als producent van voedingsmiddelen, de veterinaire wetgeving en de deontologie. Het theoretisch onderricht wordt aangevuld met talrijke uren praktische oefeningen en met klinisch werk. Halfweg het tweede masterjaar maken de studenten een eerste keuze tussen ‘gezelschapsdieren’, ‘paard’ en ‘nutsdieren’. In het derde masterjaar kies je een afstudeerrichting. In dit laatste jaar wordt zowat alle beschikbare tijd in de kliniek doorgebracht, ook ‘s nachts en in het weekend als je een klinische afstudeerrichting hebt gekozen: je kunt hiervoor kiezen uit de afstudeerrichtingen gezelschapsdieren, paard, herkauwers of varken, pluimvee en konijn. Indien je de afstudeerrichting onderzoek hebt gekozen, zal je het grootste deel van je tijd spenderen aan het verrichten van wetenschappelijk onderzoek binnen een bepaald vakgebied. Tijdens het laatste jaar is het mogelijk om een deel van je klinieken en/of onderzoek in het buitenland te volgen (bv. in het kader van Erasmus).

Where to?

Zowat zestig procent van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts. Daarnaast vind je dierenartsen vooral terug in de bewaking van de voedselveiligheid, de farmaceutische industrie, de veevoederbedrijven en de vleesverwerkende nijverheid. Een kleiner aantal gaat aan de slag als inseminator, als inspecteur-dierenarts of is verbonden aan de controlediensten van het ministerie van landbouw. Almaar meer afgestudeerden vinden een baan in het wetenschappelijk onderzoek. Op korte termijn blijft het echter zo dat er een oververzadiging is van de markt. Toch moet dit enigszins genuanceerd worden. Bepaalde specialisaties (kleine huisdieren) zijn echter verzadigd maar voor andere specialisaties blijft de vraag groot. Dierenartsen hebben bovendien een solide wetenschappelijke opleiding achter de rug en dus komen ze ook in aanmerking voor diverse functies in het bedrijfsleven.