Master of Science in de pedagogische wetenschappen (pedagogiek en onderwijskunde)

In de Master in de pedagogische wetenschappen zijn er twee afstudeerrichtingen. De afstudeerrichting Pedagogiek en onderwijskunde richt zich op de studie van het pedagogisch handelen. In de afstudeerrichting Klinische orthopedagogiek en Disability Studies ligt het accent op de studie van het pedagogisch handelen vanuit maatschappelijk ‘verbijzonderde’ situaties. Het betreft de bijzondere situaties van mensen met een beperking (disability studies), met gedrags- en emotionele problemen (gedragsstoornissen) en van mensen met een verslavingsproblematiek (middelenmisbruik).

Opbouw

De afstudeerrichting Pedagogiek en onderwijskunde kijkt naar het pedagogisch handelen in contexten waar leren en ontwikkelen centraal staan. Via onderzoek, theoretische analyses, analyse van beleid en praktijkconfrontaties worden opvoedingscontexten, onderwijssettings en opleidingssectoren systematisch verkend. ‘Onderwijs’ wordt daarbij niet verengd tot één sector. Naast de klassieke onderwijsstructuren en -systemen worden de meer professioneel gerichte aanpak niet vergeten (bv. Syntra, VDAB, …) en kijken we ook naar non-formele en informele contexten waarin leren en ontwikkelen bevorderd worden. Het kan dus ook gaan om musea, de media, de pers, jeugdorganisaties, de edutainment sector, online en virtuele omgevingen of recreatieve settings. Aan de ene kant worden kinderen en jongeren bestudeerd, maar evengoed zijn volwassenen de doelgroep. We kijken daarnaast ook naar wie verantwoordelijk is voor het ontwerpen, implementeren en evalueren van de leer- en ontwikkelomgevingen of naar actoren die indirect de doelgroep beïnvloeden (bv. ouders, beleidsmakers, economische en sociaal-culturele stakeholders). Onderzoek richt zich op vragen zoals: rol van de ouders en het thuismilieu, de versterking van de sociale en emotionele ontwikkeling van jongeren, meertaligheid van migranten, de rol van crèches en kleuteropvoeding voor de latere ontwikkeling, de socialiserende invloed van de thuiscontext. Gewone en nieuwe gezinssituaties komen aan bod, opvoeden en onderwijzen in andere culturele, nationale en internationale contexten (ontwikkelingslanden), en hoe specifieke actoren in de samenleving opvoeding en onderwijs ondersteunen en/of problematiseren. Er is ook veel aandacht voor leraren en de lerarenopleiding, train-the-trainers, ondersteuning van opvoeders, ouders en organisaties/instellingen bij leer- en ontwikkelprocessen. Verschillende niveaus worden onderscheiden. Op het microniveau richt de studie zich op het systematisch en optimaal ondersteunen van concrete leer-, interactie- en trainingsprocessen. Op het mesoniveau focus je op visievorming en strategisch beleid van organisaties, opleiding en instellingen. Op het macroniveau wordt de rol belicht van de culturele context, globalisering, de historische inbedding, discussies over kwaliteitszorg, de impact van nieuwe technologieën, de directe en indirecte invloed van politiek en economie. In deze opleiding staat de onderwijsaanpak model voor de rijke variatie aan leer- en ontwikkelaanpakken die je in de praktijk terugvindt en die theoretisch onderbouwd en onderzocht wordt. Klassieke hoorcolleges zijn beperkt; er wordt vooral ingezet op microteaching, mini-conferenties, veldwerk, mini-onderzoekcycli, tutoring, groepswerkstukken, coaching en begeleiding. Er wordt veel geïnvesteerd in tussentijdse feedback. Studenten krijgen binnen de aangeboden kaders veel vrijheid in het kiezen van hun focus, perspectief, thema’s, onderzoekcontexten, … Het grote aantal professoren die in deze afstudeerrichting lesgeven staat garant voor een zeer breed expertisedomein waarop studenten hun masterproef en stage kunnen enten. De onderzoeksstage is één van de belangrijkste bouwstenen van de opleiding naast de masterproef. In deze stage is er, naast een ‘meedraaicomponent’, aandacht voor een onderzoekluik waarin studenten een educatieve vraag van de stageplaats aanpakken. Stagecontexten weerspiegelen de volle breedte van de hierboven beschreven contexten. Stages worden ook in een internationale context uitgevoerd.  

In de afstudeerrichting Klinische orthopedagogiek en Disability Studies ligt het accent op de studie van het pedagogisch handelen vanuit maatschappelijk ‘verbijzonderde’ situaties.
Disability studies
Vroeger werd de situatie van mensen met een beperking vooral bestudeerd vanuit een individueel-biologische perspectief. Bovendien werd ervan uitgegaan dat de persoon met een beperking getraind moest worden opdat die zich kon aanpassen aan de eisen van de omgeving. We zien linken in processen van in- en uitsluiting op basis van ability, sociaal-economische status, etniciteit, religie en gender. De vraag ‘wie telt mee?’ en ‘op welke manier’ is cruciaal in het doorbreken van de grote nadruk op een ‘normaal’, ‘gepast’ en ‘herkenbaar’ subject. Disability Studies probeert het fenomeen ‘dis/ability’ breder en kritisch te bestuderen als onderdeel van een historisch, politiek, cultureel en sociaal proces. Het zijn niet alleen de ‘revaliderende’ maatregelen ten aanzien van personen die besproken worden, maar ook de manier waarop de omgeving toegankelijker, minder onderdrukkend en minder discriminerend georganiseerd kan worden. Er wordt nagedacht over de stem van de persoon met een beperking en zijn/haar natuurlijk netwerk. De context is van cruciaal belang in het formuleren van mogelijke orthopedagogische acties. Disability Studies laat zonder negatieve punten uit het leven van mensen met beperkingen te erkennen veerkracht en eigenheid (bv. dovencultuur) op een positieve manier aan bod komen.
Gedragsstoornissen en Middelenmisbruik
Maatschappelijke veranderingen hebben bijgedragen tot een toename van een grotere complexiteit van de gedrags- en emotionele stoornissen en mate van middelenmisbruik. Waar de pedagogische (kinderen) en agogische (volwassenen) aspecten vroeger vooral bestudeerd werden vanuit een ziekte- en stoornismodel komt nu vooral het afwisselend zinvol handelen met die groepen aan bod. Het betekent dat de diagnose een integraal onderdeel vormt van het handelingsplan, dat op zijn beurt regelmatig bijgestuurd en geëvalueerd wordt. De nadruk situeert zich niet op het gedrag of een specifieke doelgroep, maar op het handelen zelf. De aanpak van die kinderen en volwassenen situeert zich onvermijdelij­k in een relationele benadering die onderhevig is aan een maatschappelijk, cultureel, gezondheids-, psychologisch en rechtenparadigma. Organisatorische, ethische en methodische aspecten van deze relaties komen aan bod. De benaderingen vanuit het integratieve en postmodernistische kader van de theoretische orthopedagogiek krijgen ook een praktische uitwerking.

Arbeidsmarkt

Na de afstudeerrichting Pedagogiek en Onderwijskunde kun je terecht in een zeer breed werkveld. Meestal neem je hierbij een coördinerende, plannings-, strategische, ondersteunende of onderzoekrol in. Maar ook heel wat afgestudeerden combineren dit met de directe praktijk op de werkvloer. Wanneer je de pedagogische of onderwijskundige richting wil ingaan, vind je snel een plek in opvoedingsadviescentra, leerlingen- en ouder-begeleiding, in opleidingen voor leraren of vrijetijdsbegeleiders, educatieve uitgeverijen, in beleids-ontwikkeling rond kind en gezin, buurtwerking, stadsontwikkeling, in het ontwerpen en implementeren van mediaproducties, opvoedingscampagnes, onderzoeksondersteuning in hoger onderwijs, ... Met je verzamelde kennis en competenties functioneer je ook vlot in begeleidingsdiensten voor scholen, curriculumontwikkeling, productie van leermateriaal, het invoeren van onderwijsvernieuwingen (zoals ICT), kwaliteitscontrole van onderwijs, verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar leren en onderwijzen. Wil je liever richting onderwijs of vorming, dan zijn er volgende mogelijkheden: de lerarenopleiding, bedrijfsopleidingen, trainingscentra, uitgeverijen van educatieve (vaak elektronische) materialen, onderwijsbegeleidingsdiensten, centra voor permanente vorming, basiseducatie, centra voor leerlingen-begeleiding (CLB), beleidsmedewerker bij ministeries (bv. onderwijs). Afhankelijk van de plaats waar je werkt, ligt het accent meer op het ontwerpen van programma’s, beleidsadvisering, begeleiding van leerkrachten of docenten, evaluatie en kwaliteitszorg, ondersteuning van scholen en instellingen of meer op onderzoek.

Na de afstudeerrichting Klinische orthopedagogiek en Disability Studies bestaat het ruime werkveld uit diverse vormen van bijzondere ondersteuning van mensen: de zorg en ondersteuning voor personen met een beperking, het buitengewoon onderwijs, diensten voor begeleid wonen, bijzondere jeugdzorg, onthaaltehuizen, opvangcentra voor jongeren ... Als klinisch orthopedagoog sta je in voor de handelinggerichte diagnostiek van kinderen en jeugdigen in probleemsituaties. Je bent betrokken bij het voorlichten, adviseren en begeleiden van ouders en andere professionelen die hierbij betrokken zijn (waaronder opvoeders,...). Je staat zelf in voor de uitvoering van een aantal orthopedagogische handelingen om de leefsituatie en participatie van die kinderen, jongeren en volwassenen in de maatschappij te verbeteren. Binnen de orthopedagogiek zijn verschillende werkterreinen te onderscheiden. Orthopedagogen werken in de (geestelijke) gezondheidszorg, zowel in de ambulante als (semi-)residentiële zorgvoorzieningen, bv. kinder- en jeugdpsychiatrische instellingen. Ook zijn orthopedagogen werkzaam in de zorg voor personen met een beperking: in revalidatiecentra, activiteiten-centra, multifunctionele centra, thuisbegeleidingsdiensten, dagverblijven voor kinderen en ouderen. Anderen verrichten taken op het gebied van leerlingenbegeleiding, ondersteuning van leerkrachten, schoolteams en schoolorgani­saties, bv. in scholen voor buitengewoon onderwijs, schoolbegeleidingsdiensten en in het kader van inclusief onderwijs. Tevens zijn er orthopedagogen werkzaam binnen de jeugdhulp­verlening en jeugdbescherming. Zij zijn o.a. verbonden aan (gezins)voogdij-instellingen, ambulante en residentiële behandelingseenheden. Een nieuwe wet voorziet in de erkenning van het statuut voor klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog. Uiteraard is dit een belangrijke stap voor die disciplines. De opleidingen zijn recent grondig hervormd in lijn met de vereisten beschreven in de nieuwe wet. De wet impliceert ook dat in een aantal gevallen gevraagd zal worden een zesde jaar gesuperviseerde praktijk te doen. Dit is met name van toepassing voor klinisch orthopedagogen die autonoom in het domein van de gezondheidszorg zullen functioneren of zich als zelfstandige willen vestigen. De details en de implicaties hiervan worden momenteel door de Minister van Volksgezondheid verfijnd op advies van de Federale Raad voor de Uitoefening van de Gezondheidszorgberoepen. Verschillende professoren van de faculteit zetelen in deze raad en houden zo de vinger aan de pols.