Master of Science in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie (revalidatiewetenschappen en kinesitherapie bij musculoskeletale aandoeningen)

Kwaliteitszorg in eigen regie

Mensen die durven denken over de uitdagingen van morgen, daar streven we naar. Daarom is het onderwijs aan onze universiteit stevig verankerd in zes grote doelstellingen.

  1. Denk Breed. Zo breed mogelijk denken en daarbij ruimte geven om zichzelf en de eigen visies in vraag te stellen. Durf Denken maar ook durven veranderen van denkwijze.
  2. Blijf Onderzoeken. Onderzoek is het fundament van ons onderwijs. Elke dag opnieuw hangt de Universiteit Gent haar manier van onderwijzen vast aan de dynamiek van de wetenschap.
  3. Steun Talent. Iedereen start met gelijke kansen. Alle studenten krijgen de gelegenheid hun talenten te ontwikkelen, onafhankelijk van gender, culturele of sociale achtergrond.
  4. Bouw Mee. Studenten, personeel, de overheid en de bedrijfswereld krijgen de kans om mee te bouwen aan de inhoud en de vorm van ons kwalitatief hoogstaand onderwijs. De Universiteit Gent staat bekend om haar bijzonder actieve studenten in studentenparticipatie en daar zijn we trots op.
  5. Verleg Grenzen. We willen onze studenten internationale en interculturele bagage meegeven. We geven ze de kans om over de grenzen heen ervaring op te doen. We zetten ook onze deuren open voor studenten uit de gehele wereld en verwelkomen buitenlandse docenten en wetenschappelijk personeel.
  6. Kies Kwaliteit. Constante kwaliteitszorg en -verbetering zit in onze cultuur gebakken en daar communiceren we in alle openheid over naar iedereen. We zijn trots op het niveau van onze universiteit.

De UGent ziet de onderwijskwaliteitszorg als een intern zelfevaluatieproces, waarbij faculteiten en opleidingen de doelen die ze zichzelf hebben gesteld, aftoetsen aan de behaalde resultaten en op basis hiervan het beleid bijsturen. De portfolio’s vormen een belangrijke schakel in dit proces. De behaalde resultaten zijn gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve informatie van betrokken stakeholders (studenten, lesgevers, werkveld, internationale experten, alumni, …). De ‘peerleerbezoeken’, het jaarlijkse kwaliteitsoverleg en het Onderwijskwaliteitsbureau (OKB) zorgen ervoor dat de PDCA-cyclus op verschillende beleidsniveaus gesloten wordt en helpen om het verbeterbeleid scherp te houden.

Een uitgebreide beschrijving van hoe de Universiteit Gent continu aandacht houdt voor kwaliteitszorg en kwaliteitscultuur is te vinden in de Eigen Regie in Gents Onderwijsbeleid en Kwaliteitszorg (ERGO)

 

Kwaliteit van deze opleiding

Dit kwaliteitszorgsysteem geeft voor elke opleiding informatie over de troeven, de sterke punten en de werkpunten. Een samenvatting voor deze opleiding is te vinden hieronder:

 

De troeven van de opleiding

  1. Klinische expertise: het theoretisch onderwijs wordt verzorgd door een equipe van professoren, artsen en gezondheidszorgbeoefenaars met een sterke inhoudelijke en wetenschappelijke expertise. Praktijkassistenten, die met beide voeten in de klinische praktijk staan, verzorgen het praktijkonderwijs. Deze combinatie zorgt ervoor dat studenten zowel medisch - wetenschappelijk als praktijkgericht gevormd worden en onmiddellijk inzetbaar zijn in het werkveld.
  2. Geslaagde symbiose tussen onderzoek en onderwijs: doorheen de vijfjarige opleiding is de leerstof gebaseerd op actueel toonaangevend wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeksexpertise van de lesgevers wordt tevens geïntegreerd in het praktijkonderwijs. Op die manier leren de studenten op een kritische manier om te gaan met nieuwe ontwikkelingen binnen het gezondheidslandschap.
  3. Ruimte voor keuze: de opleiding is een innoverende academische opleiding, met oog voor theorie én praktijk. De opleiding is verankerd in sterk wetenschappelijk onderzoek dat ook internationale faam geniet. Naast een brede basisopleiding, heeft de student in het laatste jaar de keuze tussen verschillende afstudeerrichtingen, die gericht zijn op verschillende maatschappelijke noden.
  4. Praktijk: praktijkervaring is onmisbaar. Daarom lopen de studenten tijdens hun opleiding maar liefst 896 uren stage. De bulk daarvan gebeurt in de masterjaren, maar ook in de bachelor komen de studenten in contact met het beroepenveld. In de bachelor doen de studenten na enkele korte kijkstages al twee volwaardige stages. In de eerste master lopen de studenten drie keer zo’n 20 dagen stage en in de tweede master lopen ze specifieke stages binnen de afstudeerrichting.
  5. Lesgevers en studenten staan dicht bij elkaar: door de vele contacturen is er een sterke interactie tussen de lesgevers en de studenten. Lesgevers zijn makkelijk aanspreekbaar voor vragen en problemen. De commubicatie tussen docenten, assistenten en studenten wordt mee ondersteund door de digitale leeromgeving Ufora. Naast de vakspecifieke ondersteuning door de lesgevers wordt er tevens een goed uitgebouwde studie-ondersteuning aan studenten geboden i.f.v. het optimaal doorlopen van hun studietraject.

 

Kwaliteitszorg van de opleiding: sterke punten

  1. Programma: het curriculum van de opleiding kent een mooie opbouw in verschillende weloverwogen leerlijnen. Naast de kinesitherapielijn (K-lijn), is er ook een duidelijke plaats voor wetenschappen (W-lijn), wetenschappelijk onderzoek (O-lijn), het functioneren als kinesitherapeut in een multidisciplinaire context (M-lijn) en stage (S-lijn).
  2. Talentontwikkeling van studenten en personeel: de opleiding geeft studenten en lesgevers de kans om hun talenten maximaal te ontwikkelen onder de vorm van blended learning, het toekennen van bijzondere statuten, deelname aan de honoursprogramma’s, universiteitsbrede keuzevakken, …
  3. Inspraak en participatie: ondanks het groot aantal studenten slaagt de opleiding erin om de studenten voldoende inspraak te geven in het onderwijsbeleid. Studenten zijn vertegenwoordigd in verschillende commissies en appreciëren hierin de open communicatie die door de opleiding wordt gevoerd. Ook de andere stakeholders ( alumni, stagementoren, kinesitherapeuten uit het werkveld,…) worden betrokken bij het beleid.
  4. Kwaliteitszorg: de kwaliteit van het onderwijs staat bij de opleiding centraal. De opleiding heeft een lange traditie van interne kwaliteitszorg, waarop ze de dag van vandaag nog steeds kan voortbouwen.
  5. Internationalisering: in het kader van het Erasmusprogramma heeft de opleiding samenwerkingsakkoorden gesloten met heel wat opleidingen in Europa. Maar de opleiding kijkt verder dan Europa. Op bilaterale basis (buiten het kader van Erasmus) werden wereldwijd uitwisselingsprogramma’s uitgewerkt. 22.5% procent van onze studenten doen in het kader van hun opleiding kinesitherapie een buitenlandse ervaring op.

 

Kwaliteitszorg van de opleiding: werkpunten

  1. Instroombeleid: het programma start met een aantal vrij diepgaande wetenschappelijke vakken. De opleiding is ervan overtuigd dat dit wetenschappelijk inzicht in het menselijk lichaam en de biochemische processen noodzakelijk is voor de verdere uitwerking van de kinesitherapeutische vaardigheden. Niet alle instromers zijn in hun vooropleiding voldoende voorbereid op het verwachte academisch niveau. De opleiding blijft via verschillende communicatiekanalen inzetten op informatie en sensibilisering om de instromers zo goed mogelijk hierover te informeren.
  2. Omkadering: gezien het groot aantal studenten, zijn de theorielessen vaak verspreid over de ganse Gentse binnenstad. De opleiding maakt daarbij gebruik van de grote auditoria van andere campussen. Het praktijkonderwijs gebeurt in groepen van ongeveer 30 à 40 studenten. Personeelsomkadering en onvoldoende praktijklokalen maken het momenteel niet mogelijk om deze groepen kleiner te maken. Binnen deze context moet de opleiding blijvend aandacht hebben om uurroosters zo goed mogelijk op te stellen: springuren, verre verplaatsingen, ... .
  3. Toekomstperspectief: met de vergrijzing van de bevolking is er een groeiende vraag naar kinesitherapeuten uit de afstudeerrichtingen Revaki bij (ver)ouderen en Revaki bij Inwendige ziekten. Ondanks de werkzekerheid binnen deze domeinen, is er door de studenten op dit moment nog onvoldoende aantrekkingskracht voor deze interventiedomeinen. In samenwerking met de faculteit onderneemt de opleiding initiatieven om deze interventiedomeinen gerichter te promoten.

   

Een meer uitgebreide analyse van het onderwijsbeleid en de -kwaliteitszorg van deze opleiding is te vinden in dit rapport.