Master of Veterinary Medicine in de diergeneeskunde (varken, pluimvee en konijn)

De masteropleiding in de diergeneeskunde kan je in Vlaanderen enkel volgen aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent, en ze is enkel toegankelijk voor wie in het bezit is van een academisch bachelordiploma in de diergeneeskunde. In het laatste jaar van de masteropleiding kies je voor één van de vijf afstudeerrichtingen: herkauwers; varken, pluimvee, konijn; paard; gezelschapsdieren; onderzoek.

master-na-bacheloropleiding
3 jaar 180 studiepunten
Faculteit Diergeneeskunde
Brochure downloaden  
Over de opleiding
Programma
Informeer je
Vlot van start
Na je studies

Voor wie

De toelatingsvoorwaarden zijn divers. Afhankelijk van je vooropleiding kun je rechtstreeks instromen of zijn er bijkomende voorwaarden.

Structuur

> eerste en tweede jaar master
Je krijgt een grondige opleiding via hoorcolleges, praktische oefeningen en klinieken, die het hele domein van diergeneeskunde bestrijken. Je bestudeert allerlei ziekten en afwijkingen naar oorzaak, pathogenese, symptomen, diagnose, prognose en behandeling. Daarnaast gaat heel wat aandacht naar het dier als producent van voedingsmiddelen, de veterinaire wetgeving en deontologie inbegrepen. De talrijke uren praktische oefeningen en het klinisch werk vullen het theoretische onderricht aan.
Tijdens het tweede masterjaar loop je, in het kader van het eerste deel van je masterproef, twee weken stage bij praktijkdierenartsen: een week bij een praktijk kleine huisdieren, een week bij een praktijk nutsdieren. Voorts werk je je in in het onderwerp van je eindverhandeling waarover je een tussentijds rapport opstelt in het kader van het eerste deel van je masterproef.
Halfweg het tweede masterjaar moet je een eerste keuze maken tussen een groep keuzevakken toegespitst op kleine huisdieren of op de nutsdieren (waaronder ook een groot deel ‘veterinaire volksgezondheid en voedselveiligheid' valt) of op het paard.

> derde jaar master
De theoretische vakken die alle studenten moeten volgen, zijn zeer beperkt. Je maakt een keuze tussen één van de vijf aangeboden afstudeerrichtingen:
- herkauwers
- varken, pluimvee en konijn
- gezelschapsdieren
- paard
- onderzoek
Voor de keuzevakken kies je uit twee categorieën:
– een eerste categorie is bestemd voor wie zich gedurende het laatste jaar op de geneeskunde van één diersoort wil toeleggen, namelijk de diersoort van de gekozen afstudeerrichting;
– de tweede categorie zijn een aantal keuzevakken die een verdieping toelaten in een aantal specifieke terreinen.

In het laatste jaar breng je zowat alle beschikbare tijd in de kliniek door, waaronder ook nacht­ en weekenddiensten. Je loopt daarenboven een verplichte stage bij een praktiserende dierenarts. In dit afstudeerjaar komen ook het tweede en derde deel van de masterproef (= klinisch eindexamen) aan bod.

Arbeidsmarkt

Zowat zestig procent van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts. Buiten de zelfstandige praktijk vind je dierenartsen vooral terug in de bewaking van de voedselveiligheid, de farmaceutische industrie, de veevoederbedrijven en de vleesverwerkende nijverheid. Een kleiner aantal gaat aan de slag als inseminator, als inspecteur­dierenarts of is verbonden aan de controlediensten van het ministerie van landbouw. Steeds meer afgestudeerden vinden een baan in het wetenschappelijk onderzoek.
In de meeste sectoren is er vraag naar specialisten. In de sector van de nutsdieren dringt zich meer en meer een specialisatie op die gericht is op runderen, varkens of pluimvee. Ook in de controle­ en keuringsdiensten zijn de onderzoeksvereisten zo uitgebreid dat specialisatie zich opdringt. Bij de gezelschaps­dieren is er vraag naar specialisatie in interne geneeskunde, chirurgie, oftalmologie, neurologie ... De faculteit Diergeneeskunde beantwoordt die vraag door het inrichten van specialisatiecursussen die leiden tot de diploma’s van vakdierenarts of Europees erkend specialist (Diplomate).

> een job?
Over de tewerkstelling van dierenartsen is heel wat te doen. Een aantal gegevens zijn objectief vast te stellen: de veeteeltsector is ingekrompen en gerationaliseerd, terwijl het aantal afgestudeerde dierenartsen is gestegen. Sinds het begin van de jaren zestig is het aantal dierenartsen bijna verdrievoudigd. De tewerkstelling van dierenartsen is in de loop der jaren eveneens sterk veranderd. Het blijft uitermate moeilijk om voorspellingen te doen op lange termijn. De nieuwe Europese markt zal bepalend zijn voor de evolutie van de veefokkerij. Europese akkoorden in verband met kwaliteitscontrole en officiële keuringen zullen wellicht extra tewerkstelling creëren. De conjunctuur zal invloed hebben op jobs in overheidsdienst. De koopkracht heeft invloed op de aanschaf en de verzorging van de gezelschapsdieren enz. Ook over de tewerkstelling in het buitenland bestaat nog heel wat onzekerheid. Wat zal de invloed zijn van de groeiende Europese markt?
Als dierenarts heb je een solide wetenschappelijke opleiding achter de rug. Je komt dus ook in aanmerking voor diverse functies in het bedrijfsleven, die niet direct iets te maken hebben met diergeneeskunde of met de zorg voor dieren. De ontkoppeling van diploma en job is een fenomeen dat geldt voor vele disciplines en ook voor dierenartsen wordt het meer en meer een realiteit.
Als student met een wetenschappelijke interesse kom je in het diergeneeskundig wetenschappelijk onderzoek evengoed aan je trekken als in andere studierichtingen van de exacte wetenschappen. Een loopbaan als wetenschappelijk navorser in verschillende onderzoeksgebieden behoort zeker tot de mogelijkheden. Met onderzoekservaring in de faculteit Diergeneeskunde kun je bijvoorbeeld zeer vaak aan de slag in de farmaceutische industrie.
Zoals in andere beroepen heb je als gemotiveerde dierenarts een goede kans op een interessante carrière en je brede academische vorming garandeert voldoende flexibiliteit om het waar te maken in een evoluerende maatschappij.