Bachelor of Science in de biomedische wetenschappen

De medische kennis is de jongste decennia explosief geëvolueerd. Door die toegenomen kennis is er een nieuwe taakverdeling gekomen: artsen zijn zich in hoofdzaak gaan bezighouden met de zieke (patiënt) terwijl andere wetenschappers zich meer zijn gaan toeleggen op het ontstaan van ziekte en ziekteprocessen. De basiswetenschappelijke kennis wordt vooral aangereikt door celbiologen, biochemici, biotechnologen en fysiologen. De toegepaste kennis is afkomstig van de medisch ingenieurs die tekenden voor de verbeterde medische beeldvorming (zoals CT en MRI scanners), diagnostische apparatuur en dergelijke.

Biomedici vervullen een brugfunctie tussen de klinische praktijk van de arts enerzijds en de fundamentele research en medische technologie anderzijds. Waar de arts zich toespitst op het begrijpen van ziektebeelden in functie van diagnose en therapie gaat de biomedicus zich verdiepen in de ziekte zelf. De biomedicus beschikt over een grondige kennis van de actuele biologie en van de mogelijke factoren en mechanismen die een rol spelen bij een ziekteproces. Biomedici komen dus niet direct in contact met patiënten maar wel met onderzoekers uit verschillende disciplines en laboratoriumspecialisten, en zijn gevormd om ook zelf onderzoek op te zetten en te leiden.

Voor wie?

Je bent gefascineerd door het functioneren van het leven en door de problematiek van ziekte en gezondheid, maar je kiest er toch voor om niet als arts op te treden, maar om je te verdiepen in de wondere wereld van het medisch georiënteerd wetenschappelijk onderzoek. Om dit tot een succesverhaal te maken, heb je een brede scholing nodig. Dit start al met een goede kennis van de basiswetenschappen. Telkens weer zal men beroep moeten doen op de fundamentele biologie, scheikunde, fysica én wiskunde. Een goede voorkennis is dus noodzakelijk en zal verder worden uitgewerkt tijdens de studies. Daarnaast krijgt je ook een grondige opleiding in de medische basiswetenschappen én een pakket methodologische vakken.

Opbouw

  • Bachelor

Het eerste bachelorjaar bestaat voor een aanzienlijk deel uit opleidingsonderdelen uit de basiswetenschappen (natuurkunde, scheikunde, biologie, wiskunde). Een belangrijk onderscheid van deze opleiding is dat de inhoud van de basisvakken al vanaf het begin zeer specifiek georiënteerd wordt naar toepassingen die leiden tot een beter inzicht in de analyse en de werking van het menselijk lichaam. Ze zorgen voor een grondige natuurwetenschappelijke basisvorming, waarvan zeer vaak gebruik wordt gemaakt tijdens de verdere opleiding. Ook basiselementen van de celbiologie en algemene fysiologie worden in het eerste bachelorjaar aangereikt. Daarnaast is er meteen vanaf het eerste bachelorjaar een introductie tot het wetenschappelijk biomedisch onderzoek en de bijhorende methodologieën via data-analyse en informatica. In het tweede en derde bachelorjaar worden de basisdisciplines verder uitgebouwd en staan de fundamentele medische vakken meer op de voorgrond. In de hele opleiding wordt een duidelijk geïntegreerde drie-eenheid nagestreefd: basiswetenschappelijke vakken, medische vakken en methodologische vakken.

  • Master

De masteropleiding duurt twee jaar. Het programma omvat algemene vakken, één major (uit een aanbod van negen mogelijkheden), een aantal keuzevakken, een onderzoeksstage en een masterproef. Bovendien zul je wetenschappelijke voordrachten en vergaderingen bijwonen en erover rapporteren (‘medische seminars’). Experimenteel werk komt aan bod in de masterproef en in een voorbereidende onderzoeksstage. De combinatie van algemene vakken, majors, keuzevakken, onderzoeksstage en masterproef ondersteunt twee leertrajecten in het masterprogramma, nl. groei tot zelfstandig onderzoeker en groei tot het uitvoeren van een brugfunctie.

Waarheen?

Als Master in de biomedische wetenschappen kan je in de meest uiteenlopende sectoren terecht. Denk in de eerste plaats maar aan onderzoekslaboratoria van universiteiten, in de farmaceutische industrie en in de biomedische industrie in het algemeen.
Ook in ziekenhuislaboratoria of in de laboratoria van de overheid en de gezondheidssector kun je terecht. Ook voedingscontrole, epidemiologie en ecologie kunnen tot het werkterrein van de biomedicus behoren. Ten slotte vormen ook het wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs een belangrijke afzetmarkt.