Bachelor of Science in de logopedische en audiologische wetenschappen (audiologie)

Dat de mens kan spreken, horen, lezen en schrijven, wordt meestal als een evidentie ervaren. We staan er zelden bij stil hoe levensnoodzakelijk deze functies wel zijn. Als één van de functies het niet goed doet of volledig wegvalt, worden plots een heleboel zaken onmogelijk. De Logopedie en de Audiologie bestuderen communicatie en communicatiestoornissen.

Daarbij gaat de aandacht zowel naar communicatie in het algemeen als naar welbepaalde aspecten, zoals stem, spraak, taal en gehoor. Logopedisten spitsen zich hoofdzakelijk toe op stoornissen bij de stem, de spraak en de taal, in de audiologie staan stoornissen van het gehoor centraal. Kenmerkend voor beide vakgebieden is de multidisciplinaire aanpak. Niet alleen in de praktijk moet samengewerkt worden met specialisten uit andere vakgebieden, maar ook voor de verdere ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis wordt beroep gedaan op de biomedische wetenschappen, de exacte wetenschappen, de taalkunde, de psychologie en de pedagogie.

Voor wie?

Omdat Logopedie en Audiologie een multidisciplinaire opleiding is, moet je een heel brede interesse hebben. Specifieke voorkennis is niet echt nodig, maar aanleg en interesse voor exact wetenschappelijke vakken en een zekere aanleg voor taal is meegenomen. Als logopedist en audioloog is het belangrijk dat je zelf over een zo correct mogelijk spraak-, taal- en gehoorvermogen beschikt. De opleiding zelf biedt echter heel wat mogelijkheden om je op dat gebied verder te bekwamen.

Logopedie en audiologie veronderstellen een permanente samenwerking met collega’s uit andere disciplines, met leerkrachten, ouders en begeleiders. Om tot een goede verstandhouding te komen met deze mensen is het belangrijk dat je sociaal vaardig en flexibel bent.

Een andere belangrijke eigenschap is doorzettingsvermogen en creativiteit. Om verandering in iemands spreekgedrag tot stand te brengen, zul je moeten leiding geven, motiveren en ondersteunen. Bovendien is elk probleem uniek, en iedere situatie heeft eigen mogelijkheden en beperkingen. Je moet je kunnen inleven in de situatie van de ander en creatief omspringen met de theoretische kennis om tot een geslaagde behandeling of een succesvol leerproces te komen.

Opbouw

  • Bachelor

De Logopedie en de Audiologie beschikken over een eigen instrumentarium maar doen ook een beroep op andere hulpwetenschappen. De opleiding is daar een weerspiegeling van. In de bachelorjaren vind je niet alleen specifieke logopedische en audiologische vakken maar ook vakken die een algemene basisvorming verschaffen. Deze laatste kunnen in vier groepen ingedeeld worden: exact-wetenschappelijke vakken, medisch-biologische vakken, linguïstische en psychologische vakken, wijsgerig-historische vakken.
Vanaf het tweede jaar maak je een keuze tussen de twee aangeboden afstudeerrichtingen.

  • Master

In het masterjaar gaat veel aandacht naar de wetenschappelijke vorming. Voor die vorming zijn er enerzijds een aantal specifieke opleidingsonderdelen en anderzijds de masterproef. Daarnaast ligt het accent in het masterjaar op de verdere klinische training via stages.
De stages nemen in het totaal 600 uren in beslag (100 uren in het derde jaar bachelor, 500 uren in het masterjaar). De stages gaan door in een ziekenhuis, school voor buitengewoon onderwijs, revalidatiecentrum of in een privépraktijk. Na afloop zijn de studenten in staat zelfstandig patiënten met diverse pathologieën te onderzoeken en te behandelen.Na het succesvol beëindigen van de opleiding Logopedie kan je een erkenning/RIZIV-nummer voor logopedist/audicien aanvragen.

Waarheen?

Logopedisten en audiologen kunnen starten met een voltijdse of deeltijdse zelfstandige praktijk. Indien je liever niet zelfstandig wordt, dan zijn er ook allerlei beroepsmogelijkheden in dienstverband. De meeste jobs zijn te vinden in de gezondheidssector en in de pedagogische sector.

+++/---
Logopedisten en audiologen vinden we terug in revalidatiecentra, instellingen voor doven en gehoorgestoorden, medisch-pedagogische instituten, klinieken, ziekenfondsen, en kleuter- en lager onderwijs, buitengewoon onderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding ...
Nieuwe mogelijkheden vind je in het kader van theater- en zangopleidingen. Ook de arbeidsgeneeskunde of een associatie binnen een artsengroepspraktijk behoort tot de mogelijkheden.