Bachelor of Science in de diergeneeskunde

De economische en maatschappelijke realiteit van vandaag is anders dan twintig tot dertig jaar geleden. Kleinere landbouwbedrijven met verscheidene diersoorten hebben plaatsgemaakt voor de intensieve teelt van meestal één diersoort. De aandacht gaat hierbij niet langer naar het individuele dier, maar naar de totale productie-eenheid.

Bij een dergelijke grote concentratie van dieren houdt de dierenarts zich bezig met de gezondheid van de groep en de preventie van besmettelijke ziekten. De zorg voor het individuele dier vinden we wel nog terug bij de gezelschapsdieren. Een andere taak die weggelegd is voor dierenartsen heeft te maken met de productiewijze en de veiligheid van het voedsel. De dierenarts, gespecialiseerd in veterinaire voedselveiligheid en volksgezondheid, speelt hierin een belangrijke rol.

Om te kunnen starten met de opleiding Bachelor in de diergeneeskunde moet je hebben deelgenomen aan een ijkingstoets. Die vindt plaats begin juli en eind augustus.

Voor wie?

Universitaire studies in het algemeen en diergeneeskunde in het bijzonder, hebben terecht de naam zwaar te zijn. De wetenschappelijke opleiding van de dierenarts houdt in dat de kennis zich niet beperkt tot ‘wat is de diagnose’ en ‘hoe te behandelen’, maar ook dat het ‘waarom’ diepgaand wordt bestudeerd. Chemie en fysica nemen een belangrijke plaats in. Een sterke interesse voor wetenschappen, gekoppeld aan een stevige basiskennis is een absolute voorwaarde om aan de studies te beginnen. Noties van Latijn zijn nuttig (maar niet noodzakelijk). Een sterk geheugen is noodzakelijk voor alle medische vakken. Doorzettingsvermogen speelt zowel voor de opleiding als voor het beroep een belangrijke rol. Ook het vermogen om zelfstandig te werken én sociale vaardigheden zijn belangrijke troeven voor de studies van dierenarts.

Opbouw

  • Bachelor

Het eerste bachelorjaar brengt de basiswetenschappen op universitair peil. Het betreft fysica, chemie (zowel organische als anorganische) en dierkunde. Wiskunde is geen afzonderlijk vak, maar is geïntegreerd in de cursussen fysica en biomedische statistiek. Daarnaast bestudeer je de cellen en de weefsels waaruit een dier opgebouwd is en de verschillende rassen en de beoordeling van hun waarde en uiterlijke kenmerken. Je verwerft de basis van de statistische verwerking van gegevens, afkomstig uit het veterinair onderzoek. Je krijgt ook een introductie met betrekking tot ICT (informatie en communicatietechnologie). In het tweede semester bestudeer je de ontwikkeling, algemene lichaamsbouw en orgaanfuncties van de huisdieren. Ook de economische aspecten van de veehouderij, met inbegrip van de economische en maatschappelijke aspecten van dierziektebestrijding komen aan bod.

In het tweede bachelorjaar wordt de studie van het gezonde dier verdergezet. In de topografische en klinische anatomie bestudeer je de anatomie van het gezonde dier als rechtstreekse voorbereiding op de klinische vakken. Tevens komen belangrijke aspecten van de veterinaire volksgezondheid aan bod. Tot slot verwerf je inzicht in de moleculaire en de algemene genetica.

Het derde bachelorjaaris hoofdzakelijk paraklinisch geïnspireerd. Je verwerft inzicht in algemene heelkunde, de verschillende ziekteverwekkers, de dierenvoeding, de immunologie, de hygiëne en de huisvesting. Je bestudeert hier ook afwijkingen van de normale bouw en van de normale functie. Algemene begrippen rond medische beeldvorming, radioprotectie, veterinaire volks­gezondheid, algemene farmacologie, diergedrag en dierenwelzijn sluiten het derde jaar af.

  • Master

In de eerste twee jaren van de master krijg je een grondige opleiding die het hele domein van de diergeneeskunde bestrijken. Allerlei ziekten en afwijkingen worden bestudeerd. Daarnaast gaat heel wat aandacht naar het dier als producent van voedingsmiddelen. Het theoretische onderricht wordt aangevuld met talrijke uren praktische oefeningen en met klinisch werk. Halfweg het tweede masterjaar moet je een eerste keuze maken tussen kleine huisdieren, nutsdieren of paard. Je loopt ook twee weken stage bij praktijkdierenartsen in het kader van het eerste deel van je masterproef. In het derde jaar maak je een keuze tussen één van de vijf aangeboden afstudeerrichtingen. Zowat alle beschikbare tijd wordt in de kliniek doorgebracht, waaronder ook nacht- en weekenddiensten. Naast de verplichte stage komen in dit afstudeerjaar het tweede en derde deel van je masterproef (= klinisch eindexamen) aan bod.

 

Waarheen?

Zowat zestig procent van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts. Daarnaast vind je dierenartsen vooral terug in de bewaking van de voedselveiligheid, de farmaceutische industrie, de veevoederbedrijven en de vleesverwerkende nijverheid. Een kleiner aantal gaat aan de slag als inseminator, als inspecteur-dierenarts of is verbonden aan de controlediensten van het ministerie van landbouw. Almaar meer afgestudeerden vinden een baan in het wetenschappelijk onderzoek. Op korte termijn blijft het echter zo dat er een oververzadiging is van de markt. Toch moet dit enigszins genuanceerd worden. Bepaalde specialisaties (kleine huisdieren) zijn echter verzadigd maar voor andere specialisaties blijft de vraag groot. Dierenartsen hebben bovendien een solide wetenschappelijke opleiding achter de rug en dus komen ze ook in aanmerking voor diverse functies in het bedrijfsleven.